Europese en nationale mededingingsregels beogen concurrentie te bevorderen en de consument te beschermen, bijvoorbeeld tegen te hoge prijzen of te weinig keuzemogelijkheden. Uitgangspunt is dat ondernemingen hun marktgedrag onafhankelijk van elkaar dienen te bepalen. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) en de Europese Commissie houden toezicht op de naleving van de mededingingsregels. Overtreding van deze regels kan een onderneming duur komen te staan. Boetes lopen al snel in de miljoenen en afspraken kunnen nietig blijken te zijn. Daarnaast worden ondernemingen die in strijd hebben gehandeld met het mededingingsrecht in de praktijk steeds vaker aangesproken door derden die claimen tengevolge van de overtreding schade te hebben geleden. De belangrijkste pijlers van het mededingingsrecht zijn het kartelverbod en het verbod om misbruik te maken van een economische machtspositie.

Kartelverbod
Het kartelverbod verbiedt – kort samengevat – afspraken tussen ondernemingen en besluiten van brancheverenigingen die de concurrentie kunnen beperken. Klassieke voorbeelden zijn: prijsafspraken, marktverdeling en afspraken gericht op het beperken van de productiecapaciteit. Dergelijke afspraken tussen concurrenten zijn vrijwel altijd verboden. Er is ook toenemende aandacht voor de uitwisseling van concurrentiegevoelige informatie die steeds vaker als concurrentiebeperkend wordt gezien. Minder bekend wellicht is dat ook afspraken in distributie-, agentuur-, en franchiseovereenkomsten onder het kartelverbod vallen. Hierbij moet u bijvoorbeeld denken aan afspraken over (rayon)exclusiviteit, selectiviteit, non-concurrentie, de bestemming van een locatie of winkelruimte en beperkingen met betrekking tot internetverkoop. Met name mogelijkheden om via internet reclameacties of prijsaanbiedingen te doen, vergelijkingssites te gebruiken of gebruik van social media zijn steeds terugkerende onderwerpen van discussie.

Misbruik economische machtspositie
Een onderneming met een economische machtspositie heeft een ‘speciale’ verantwoordelijkheid om deze positie niet te misbruiken. Het hebben van een machtspositie is op zichzelf niet verboden, maar het misbruiken van een dergelijke positie wel. Voorbeelden van misbruik zijn: leveringsweigering, te hoge of te lage prijzen opleggen, onredelijke of discriminerende contractsvoorwaarden hanteren, en koppelverkoop. Bij de vaststelling of een onderneming een machtspositie heeft, komt het er in de kern op neer of de onderneming zich tegenover haar concurrenten, afnemers en consumenten in belangrijke mate onafhankelijk kan gedragen. Een hoog marktaandeel is daarvoor een aanwijzing, maar niet allesbepalend.