Zorgplicht assurantietussenpersoon nader ingekleurd

donderdag, 24 maart 2016

Ook als de assurantietussenpersoon niet bekend is met bepaalde feiten en omstandigheden, kan op hem de verplichting rusten om nadere informatie in te winnen bij zijn cliënt. Doet hij dit niet, dan schendt hij de op hem rustende zorgplicht.

Mevrouw X had een aansprakelijkheidsverzekering particulieren, een inboedelverzekering en een woonhuisverzekering bij RVS (thans: Nationale-Nederlanden). RVS heeft deze verzekeringen beëindigd vanwege een frauduleuze claim. Mevrouw X heeft daarna via een zelfstandig assurantietussenpersoon een opstal-, inboedel en aansprakelijkheidsverzekering afgesloten bij Aegon. Voor het aangaan van deze verzekeringen heeft zij een aanvraagformulier moeten invullen. Vervolgens is brand uitgebroken in een aan haar toebehorend houten chalet. Mevrouw X dient met betrekking tot de daaruit voortvloeiende brandschade een claim in bij Aegon.

Nu mevrouw X in het aanvraagformulier geen melding had gemaakt van de eerdere opzegging door RVS weigerde Aegon uitkering van een vergoeding voor de brandschade met een beroep op verzwijging ex artikel 251 (oud) WvK. Ook vorderde Aegon terugbetaling van alle aan verzekerde uitgekeerde schadebedragen en vergoeding van door haar gemaakte expertisekosten.

Mevrouw X begint een procedure en stelt Aegon aansprakelijk voor de door haar geleden schade. Voor zover zij haar schade niet kan verhalen op Aegon, stelt zij haar zelfstandige assurantietussenpersoon aansprakelijk. Mevrouw X stelt dat haar tussenpersoon tekort geschoten is in zijn zorgplicht door onvoldoende aandacht te schenken aan de opzegging door RVS. Van deze opzegging was de tussenpersoon wel door mevrouw X op de hoogte gesteld.

In zijn arrest herhaalt de Hoge Raad dat pas aan de zorgplicht van een assurantietussenpersoon is voldaan wanneer aan de verzekeraar die inlichtingen zijn verstrekt die een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon voldoende mocht achten om te bereiken dat de verzekeraar met de relevante feiten bekend was. In onderhavige zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat deze zorgplicht meebrengt dat de tussenpersoon, indien hij bekend is met een opzegging door een verzekeraar van een eerdere verzekeringsovereenkomst, navraag dient te doen bij zijn cliënt naar de reden daarvan. Mogelijk betreft dit immers voor de verzekeraar relevante feiten. Dit geldt ook indien de verzekeraar geen specifiek daarop gerichte vraag heeft gesteld in het aanvraagformulier.

Met dit arrest wordt de zorgplicht van de assurantietussenpersoon nader ingekleurd en uitgebreid; ook nu de assurantietussenpersoon niet bekend was met de reden van de opzegging door RVS had hij nader onderzoek moeten doen naar de achtergrond van de opzegging. De assurantietussenpersoon wordt hierdoor niet alleen verplicht om actie te ondernemen in het geval van bij hem bekende relevante feiten die gevolgen hebben voor de dekking, maar in bepaalde situaties zelfs tot het doen van navraag bij zijn cliënt over bij hem onbekende feiten.

Klik hier voor het arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:336)