Zijn het nuttigen van voor handen hebben van alcoholhoudende drank dringende redenen?

maandag, 1 januari 2001

Het hof Den Haag moest zich recent over de vraag buigen of het nuttigen en het voor handen hebben van alcoholhoudende drank onder werktijd kan worden aangemerkt als dringende redenen voor ontslag op staande voet.

Werknemer is gedurende 22 jaren bij werkgever in dienst als Service Technicus B. In 2004 is in een verslag van een evaluatiegesprek opgemerkt of werknemer een drankprobleem heeft, omdat er bij hem een dranklucht is geroken. Later wordt zijn rijbewijs gedurende 10 maanden ingenomen wegens rijden onder invloed. Hij raakt tijdelijk arbeidsongeschikt en laat zich vrijwillig opnemen, onder andere om zich te laten behandelen voor zijn alcoholprobleem. 

In 2010 heeft een opdrachtgever van werkgever melding gemaakt van het feit dat werknemer rond 10.00 uur alcoholhoudende drank had genuttigd. Werkgever heeft ter plaatste controle uitgevoerd en geconstateerd dat werknemer naar alcohol rook en rode wijn bij zich had. Werknemer is hierop op staande voet ontslagen.

Werknemer vordert vervolgens in kort geding loondoorbetaling en wedertewerkstelling. De rechter wijst de loonvordering toe. Werkgever dient het loon door te betalen totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd. Werkgever gaat hiertegen in hoger beroep en start daarnaast zekerheidshalve een (voorwaardelijke) ontbindingsprocedure.

In de ontbindingsprocedure wordt de gevraagde voorwaardelijke ontbinding uitgesproken. Dat wil zeggen: voor het geval de arbeidsovereenkomst nog bestond op het moment van ontbinding en dus niet is geëindigd door het ontslag op staande voet. Aan werknemer wordt in dat geval een vergoeding toegekend van € 45.000,-.

Werkgever is in het hoger beroep van mening dat het ontslag op staande voet in een bodemprocedure wel stand zal houden. Hiertoe stelt hij dat het nuttigen van alcohol ernstige gevolgen kan hebben omdat daardoor een grotere kans bestaat op fouten, gevaar voor collega's/projecten en materiële schade en imagoschade voor werkgever kan opleveren. Hij stelt werknemer diverse malen te hebben gewaarschuwd voor de gevolgen van het alcoholgebruik en is van oordeel dat hij had moeten beseffen dat het nuttigen van alcohol onder werktijd direct zou leiden tot ontslag op staande voet.

Werknemer stelt dat het de bedoeling was om de wijn ter ontspanning te nuttigen gedurende de terugreis met het openbaar vervoer van zijn werk naar huis.

Het hof is het eens met de rechter in kort geding en acht het - in tegenstelling tot werkgever - aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is. Hierbij overweegt het hof o.a. dat in artikel 39 van het personeelshandboek is opgenomen dat alcoholmisbruik onaanvaardbaar is. Het hof oordeelt dat er bij het nemen van één slok wijn geen sprake is van een 'zodanig misbruik'. Voorts is door werkgever niet gesteld of is gebleken dat er daadwerkelijk een gevaarlijke situatie of materiële schade is ontstaan. Het hof is van mening dat werknemer niet had kunnen weten dat het nuttigen van alcohol tijdens werktijd direct tot een ontslag op staande voet zou leiden. Niet is gebleken dat een dergelijke waarschuwing aan werknemer schriftelijk dan wel mondeling heeft plaatsgevonden. Het hof acht tevens van belang dat werknemer ruim 22 jaren zonder noemenswaardige incidenten voor werkgever heeft gewerkt. Mede tegen die achtergrond had werkgever werknemer een laatste waarschuwing dienen te geven in plaats van een ontslag op staande voet.

Het hof wijst de vorderingen van werkgever af.

Deze uitspraak laat (wederom) zien dat een werkgever de nodige voorzichtigheid in acht dient te nemen bij zijn beoordeling of er sprake is van dringende redenen die een ontslag op staande voet rechtvaardigen.

http://www.rechtspraak.nl/, LJN: BQ3035

 

Auteur