Ziekenhuis ook aanbestedende dienst?

dinsdag, 31 mei 2005

Inleiding

In de (Europese) aanbestedingsrichtlijnen wordt het begrip "aanbestedende dienst" gehanteerd. Een aanbestedende dienst is verplicht om boven bepaalde drempelbedragen opdrachten Europees aan te besteden. De invulling van het begrip "aanbestedende dienst" is nog steeds in beweging. Ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen zijn aanbestedende diensten. Daarover bestaat geen enkele discussie. Ook publiekrechtelijke instellingen (zoals kamers van koophandel en veel zorg- en onderwijsinstellingen) en nutsbedrijven (Gasunie, electriciteits- distributiebedrijven en waterleidingbedrijven) zijn aanbestedende diensten. Dat wordt in de praktijk wel eens over het hoofd gezien. Daarnaast bestaat er discussie over de vraag of bijv. woningcorporaties en algemene ziekenhuizen als aanbestedende diensten moeten worden aangemerkt. Tot voor kort werd wel verdedigd dat alleen voor universitaire ziekenhuizen een aanbestedingsplicht zou gelden, niet voor zgn. algemene ziekenhuizen. Algemene ziekenhuizen handelen daar in de praktijk ook naar, dat wil zeggen dat opdrachten doorgaans niet worden aanbesteed (ook indien deze opdrachten boven de drempelbedragen liggen). Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport staat sinds 1996 de algemene ziekenhuizen toe zelf te bepalen hoe zij hun opdrachten vergeven. Die benadering is op losse schroeven komen te staan door enkele uitspraken in aanbestedingsgeschillen van de Nederlandse rechter.

Uitspraak rechtbank

De Nederlandse rechter kreeg de vraag voorgelegd of een ziekenhuis kan worden aangemerkt als een publiekrechtelijke instelling die aanbestedingsplichtig is. Partijen waren het er over eens dat een ziekenhuis het algemeen belang dient en dat een ziekenhuis wordt geëxploiteerd door een juridische entiteit met rechtspersoonlijkheid (doorgaans een stichting). Een tweetal onderwerpen hield partijen echter verdeeld: de mate van overheidsfinanciering en de mate van overheidstoezicht.

De Rechtbank Arnhem heeft daar een duidelijk oordeel over:

  • de financiering van een ziekenhuis geschiedt grotendeels door middelen afkomstig van ziekenfondsen op grond van de Ziekenfondswet; de gelden die bijeen zijn gebracht door de afdracht van premies ingevolge de Ziekenfondswet moeten volgens de rechter worden gelijkgesteld met overheidsgeld;
  • op het beheer van het ziekenhuis vindt overheidstoezicht plaats krachtens verschillende wetten, zoals de Wet Tarieven Gezondheidszorg, op grond waarvan tarieven goedgekeurd en vastgesteld worden door het Centraal Orgaan Tarieven Gezondsheidszorg. De Wet op Bijzondere Medische Verrichtingen, op grond waarvan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport onder meer medische verrichtingen kan verbieden, en de Wet Ziekenhuisvoorzieningen, krachtens welke de Minister kan besluiten tot sluiting of vermindering van de capaciteit van ziekenhuisvoorzieningen.

Gevolgen van de uitspraak

Dit betekent volgens de Rechtbank Arnhem dat een algemeen ziekenhuis dient te worden aangemerkt als een aanbestedende dienst in de zin van de Europese aanbestedingsrichtlijn(en). Dit betekent ook dat de nieuwbouw of verbouw van een ziekenhuis boven het drempelbedrag (€ 5.9 mio) of opdrachten voor leveringen en diensten (boven ca. € 200.000,--) aanbestedingsplichtig zijn volgens deze Europese richtlijnen.

Hoger beroep, huidige situatie

Binnenkort moet het Gerechtshof te Arnhem in deze zaak in hoger beroep beslissen over de vraag of een algemeen ziekenhuis als aanbestedende dienst dient te worden aangemerkt. De algemene verwachting is dat het hof dit uiteindelijk inderdaad zal beslissen, wellicht na het stellen van prejudiciële vragen aan het Europese Hof. De definitieve uitspraak kan derhalve nog geruime tijd op zich laten wachten.

Uitgaande van de aanbestedingsplicht van algemene ziekenhuizen is duidelijk dat deze aanbestedingsplicht in de praktijk niet voldoende wordt onderkend. Dat is gevaarlijk, omdat veel inkoopprocessen van algemene ziekenhuizen daardoor verkeerd worden "ingestoken". Bij het organiseren van een inkoopproces zal derhalve meer aandacht moeten worden geschonken aan de verplichte aanbestedingsregelgeving die dus nu – naar het zich laat zien – ook voor algemene ziekenhuizen geldt.

De vraag is of deze uitspraak ook consequenties heeft voor woningcorporaties waar via het BBSH (Besluit Beheer Sociale Huursector) sprake kan zijn van een zekere mate van overheidstoezicht (dit staat overigens los van de aanbestedings-problematiek in de gemeente Amersfoort, waar de gemeente – zonder het doorlopen van Europese aanbestedingsprocedures – omvangrijke bouwopdrachten heeft gegund aan twee locale woningcorporaties).