Wilsbekwaamheid en testament

donderdag, 13 november 2014

De dood van een partner heeft meestal niet alleen veel verdriet tot gevolg, maar bezorgt de overlevende in een enkel geval ook zeer onaangename verrassingen. Dat overkwam een vrouw in het noorden van het land, die dacht een groot vermogen te erven van de op 82-jarige leeftijd overleden echtgenoot, met wie zij ruim 55 jaar had samengeleefd. Maar zij kwam van een koude kermis thuis: de echtgenoot bleek een jaar voor zijn overlijden zijn testament te hebben gewijzigd, met als gevolg dat het hele vermogen was vermaakt aan het Leger des Heils en aan de Zonnebloem.

De vrouw wist dat haar man leed aan vasculaire dementie. Zij dacht: toen hij dat testament opmaakte, moet hij van lotje getikt zijn geweest. Daarom spoedde zij zich naar de notaris, die het gewraakte testament had opgesteld en vroeg hem waar hij mee bezig is geweest. Haar echtgenoot was immers niet compos mentis en dat moet toch duidelijk zijn geweest, toen hij een jaar voor zijn overlijden zijn aanzienlijke vermogen wilde nalaten aan twee charitatieve instellingen in plaats van aan de echtgenote en kinderen.

De notaris was echter niet over één nacht ijs gegaan. Hij had vooraf een psychiater ingeschakeld, met de vraag om de erflater te willen onderzoeken en te willen mededelen of hij de wilsbekwaamheid bezat om een wijziging van zijn testament te kunnen overzien. De psychiater had de notaris verklaard dat de erflater wilsbekwaam is om zijn testament te wijzigen en te bepalen wie de erfgenamen van zijn nalatenschap zullen zijn en dat de erflater in staat is de emotionele gevolgen van de wijziging van zijn testament te overzien.

Vervolgens sloeg bij de vrouw de opperste verwarring toe: was haar overleden echtgenoot nou gestoord, toen hij het testament opstelde of was de psychiater gestoord, toen hij de gestoorde echtgenoot onderzocht? Zij wendde zich tot een advocaat, die de psychiater verzocht het naadje van de kous te laten zien. Maar de psychiater was niet thuis. Hij antwoordde de advocaat zijn vragen niet te kunnen beantwoorden, omdat hij gehouden is aan zijn beroepsgeheim.

Een dergelijk antwoord vraagt om een gerechtelijke procedure en die kwam er. De weduwe liet de psychiater dagvaarden in kort geding en verzocht de rechter hem te veroordelen het medische dossier van haar echtgenoot met betrekking tot het onderzoek naar diens wilsonbekwaamheid af te geven. De Voorzieningenrechter stelde de psychiater in het gelijk. De weduwe was echter niet overtuigd. Het kon toch niet zo zijn, dat haar man bij volle verstand zonder vooroverleg met haar, zijn hele vermogen aan het Leger des Heils en de Zonnebloem schenkt. Hij leed vermoedelijk aan de ziekte van Pick en kon zich daardoor niet langer inleven in de gevoelens van anderen, overzag zijn handelen niet en vertoonde obsessief gedrag. Daarom moest zij het dossier hebben.

De vrouw kwam in appel en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, honoreerde haar standvastigheid op 21 oktober 2014 (ECLI:NL:GHARL:2014:8078). Het hof maakte allereerst gehakt van de visie van de Voorzieningenrechter, dat niet gebleken is van een zwaarwegend financieel belang van de vrouw. De man had een vermogen van een slordige 26 miljoen euro. Dat is toch wel aanzienlijk.

Natuurlijk heeft een psychiater op grond van artikel 7:457 BW een geheimhoudingsplicht. Daarop mag slechts inbreuk worden gemaakt, indien er voldoende concrete aanwijzingen bestaan, dat een ander zwaarwegend belang geschaad zou kunnen worden (zie HR 20 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1201). De vrouw is toch wel in een zwaarwegend belang geschaad, als haar overleden echtgenoot zijn testament heeft gewijzigd, terwijl hij daartoe niet bekwaam was. Maar dan moeten er wel concrete aanwijzingen bestaan, dat de testateur inderdaad niet in staat was zijn wil te bepalen. Die aanwijzingen zijn er. De testateur onderging immers in de jaren voor zijn overlijden een karakterologische verandering ten gevolge van dementie en de ziekte van Pick. Daardoor kreeg hij allerlei waanideeën. Hij was in normale doen dol op zijn familie en zou bij zinnen nooit een dergelijk testament hebben gemaakt. Uit stukken blijkt dat de frontaal kwab dementie heeft geleid tot geestelijke achteruitgang, ten gevolge waarvan de erflater onhebbelijk, dwars en eigenwijs was geworden. Het hof is overtuigd, maar dat betekent nog niet dat de psychiater het dossier moet afgeven. Aannemelijk moet zijn, dat het medisch dossier opheldering kan verschaffen over de wilsbekwaamheid van de erflater en dat deze opheldering niet op een andere wijze kan worden verkregen. Daar was het hof echter snel klaar mee: de vrouw kan immers haar stellingen niet bewijzen, als zij niet over het medisch dossier beschikt. Dan moet het belang van de geheimhouding, dat na het overlijden even sterk is als daarvoor, wijken voor het belang van de overledene. De psychiater moest het dossier op straffe van verbeurte van een dwangsom afgeven.

Auteur