Wijzigingen rijksbelastingen 2011

maandag, 10 januari 2011

Op dinsdag 21 december 2010 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het Belastingplan 2011 en het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen 2011. In dit nieuwsbericht wordt een drietal voor de familierechtpraktijk relevant zijnde wijzigingen in de rijksbelastingen per 1 januari 2011 nader toegelicht.

Fiscaal partnerschap

Vanaf 1 januari 2011 is aan fiscaal partnerschap een aantal nieuwe voorwaarden verbonden.  Dat kan tot gevolg hebben dat voor sommigen het fiscaal partnerschap eindigt, danwel herleeft. 

Ongehuwd samenwonenden die allebei op hetzelfde woonadres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) staan ingeschreven, zijn fiscale partners als aan één of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • Zij hebben een notarieel samenlevingscontract gesloten
  • Zij hebben samen een kind
  • Een van de partners heeft een kind en de ander heeft dit kind erkend
  • Zij zijn als partners aangemeld voor een pensioenregeling
  • Zij zijn allebei eigenaar van de woning die het hoofdverblijf is

Op het moment dat twee mensen in een kalenderjaar als partner van elkaar worden aangemerkt, geldt het partnerschap eveneens voor andere perioden in dat zelfde kalenderjaar mits zij dat gehele jaar op hetzelfde woonadres in de GBA staan ingeschreven.

Bij gehuwden en geregistreerd partners is – zoals eerder aangekondigd - de belangrijkste wijziging dat het fiscaal partnerschap bij gehuwden niet langer eindigt bij ‘duurzaam gescheiden leven’, maar als de echtgenoten niet meer op hetzelfde woonadres staan ingeschreven en zij bovendien een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed hebben ingediend. Deze wijziging bracht niet voorziene en ongewenste nadelen met zich mee voor duurzaam gescheiden levende echtgenoten in scheiding. Deze nadelen zijn inmiddels ondervangen door een vierde nota van wijzigingen op het Belastingplan 2011. 

Verhuisregeling hypotheekrenteaftrek

De maximale termijn voor behoud van hypotheekrenteaftrek van de voormalige of nieuwe eigen woning wordt (na of vóór verhuizing dus) verlengd van twee naar drie jaar. Allereerst bestaat er recht op drie jaar hypotheekrenteaftrek indien de voormalige woning van de belastingplichtige leeg staat en voor de verkoop bestemd is (artikel 3.111 lid 2 Wet IB 2001). Dit betekent dat indien de woning in 2008 of 2009 te koop is gezet, nog recht op hypotheekrenteaftrek bestaat in respectievelijk 2011 en 2012. Daarnaast bestaat er recht op drie jaar hypotheekrente aftrek indien de toekomstige woning van de belastingplichtige leeg staat of in aanbouw is en in hetzelfde kalenderjaar of in een van de daaropvolgende twee jaren als eigen woning voor de belastingplichtige bestemd is (artikel 3.111 lid 3 Wet IB 2001). Dit betekent dat in 2011 recht op hypotheekrenteaftrek bestaat voor een leegstaande woning die uiterlijk in 2014 de eigen woning zal worden. De wetgever heeft aangekondigd dat voornoemde maatregel een tijdelijke maatregel is. Het is op dit moment niet duidelijk hoe lang van deze tijdelijke regeling gebruik kan worden gemaakt.

De verlenging van de termijn voor behoud van de hypotheekrenteaftrek geldt niet in geval van (echt-)scheiding (artikel 3.111 lid 4 Wet IB 2001). In dat geval blijft de tweejaarstermijn van kracht. Indien de voormalig (echtelijke) woning binnen deze tweejaarstermijn leeg komt te staan en voor de verkoop bestemd is, dan kan alsnog een beroep worden gedaan op de driejaarstermijn van artikel 3.111 lid 2 Wet IB 2001. Dit betekent dat wanneer een van de twee partners de woning op 5 januari 2010 heeft verlaten er een termijn van twee jaar geldt voor behoud van de hypotheekrenteaftrek. Indien binnen deze termijn van twee jaar (bijvoorbeeld op 10 oktober 2011) de woning leeg komt te staan en de woning voor verkoop bestemd is, dan is de verhuisregeling van toepassing, zij het dat de tijd waarin de echtscheidingsregeling is toegepast voor de toepassing van de verhuisregeling wordt aangemerkt als leegstand. 

Één peildatum

Per 1 januari 2011 geldt voor de vaststelling van de rendementsgrondslag voor box 3 nog maar één peildatum, waar dit tot en met 2010 nog twee peildata waren (1 januari en 31 december van het jaar) waardoor dan het gemiddelde in de aangifte werd opgenomen. Vanaf 2011 wordt de rendementsgrondslag gepeild op 1 januari van het kalenderjaar.

De bovenstaande wijzigingen vormen slechts een deel van de wijzingen die per 1 januari 2011 in de rijksbelastingen zijn doorgevoerd. Er is immers – zoals ieder jaar gebruikelijk – ook een aantal cijfermatige wijzigingen doorgevoerd. Mocht u inzage wensen in alle wijzigingen in de rijksbelastingen per 1 januari 2011, klik dan op: /Banning-NL/assets/File/ejb-11-02-11.pdf

en

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2010-872.html