Wijziging concurrentiebeding

maandag, 29 november 2004

Concurrentiebeding: wat gaat er veranderen? 

Wijzigingen
Het wetsvoorstel tot wijziging van het concurrentiebeding is op 5 oktober 2004 door de Tweede Kamer aangenomen; nu moet de Eerste Kamer nog beslissen. 
Het voorstel zou in de eerste helft van 2005 in werking kunnen treden.

Ingevolge dit wetsvoorstel zal een concurrentiebeding in de toekomst moeten vermelden:

  • het geografische bereik van het beding;
  • het functionele bereik van het beding;
  • de duur van het beding, die in het wetsvoorstel wordt beperkt tot ten hoogste één jaar;
  • een "billijke vergoeding" die de werkgever aan de werknemer betaalt voor iedere maand dat de werknemer aan dit concurrentiebeding wordt gehouden.

Het wetsvoorstel schrijft verder voor dat een concurrentiebeding vervalt in het geval de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd tijdens proeftijd en bij faillissement van de werkgever.

"Billijke vergoeding"
De billijke vergoeding (d) zal in de praktijk de meeste vragen oproepen. De vergoeding moet niet worden gezien als schadevergoeding, maar als compensatie voor de beperking van de vrijheid van arbeidskeuze van de werknemer. Ook al gaat de werknemer na het einde van de arbeidsovereenkomst iets doen wat volgens het concurrentiebeding niet wordt verboden, ook zonder dat die keuze van de werknemer verband houdt met het concurrentiebeding, dan nog is de werkgever de vergoeding verschuldigd.

De werkgever wordt door de wetgever zo gedwongen om op voorhand goed te bedenken of met de werknemer wel een concurrentiebeding moet worden afgesproken. Onnodige concurrentiebedingen zouden daarmee moeten worden voorkomen. 
Op de vraag wat als "billijke vergoeding" heeft te gelden, geeft het wetsvoorstel noch de toelichting een antwoord.

Dat is vervelend, omdat in het geval het concurrentiebeding geen vergoeding bevat die als billijk valt aan te merken, het hele beding vervalt.

De werkgever kan de verschuldigdheid van een billijke vergoeding voorkomen, door enerzijds vóór en anderzijds "bij gelegenheid van" de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer, kenbaar te maken geen beroep te zullen doen op het concurrentiebeding. Geeft de werkgever pas ná de opzegging aan, dat hij geen beroep doet op het concurrentiebeding, dan vervalt de verplichting om de vergoeding alleen indien de werknemer daarmee instemt.

Artikel 7:685 BW (ontbindingsprocedure)
Anders dan voorheen het geval, biedt het wetsvoorstel de werkgever en de werknemer de mogelijkheid om in een procedure waarin de kantonrechter wordt verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden, het concurrentiebeding aan de orde te stellen. De rechter kan bijvoorbeeld worden gevraagd het beding al dan niet gedeeltelijk te vernietigen. Tegen dit deel van de beschikking van de kantonrechter, kan hoger beroep worden ingesteld.

Overgangsrecht
De nieuwe wetgeving zal niet van toepassing zijn op concurrentiebedingen die tot stand zijn gekomen vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet.

De op dit moment gesloten concurrentiebedingen blijven dus hun gelding behouden.

Conclusie
Het wetsvoorstel roept tal van vragen op die de rechtspraak nog zal moeten beantwoorden.

Overweegt u een concurrentiebeding te sluiten met uw werknemer(s), dan verdient het aanbeveling om daarmee niet te wachten op de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving.

Veelal biedt een relatiebeding (een verbod voor de ex-werknemer om klanten van zijn voormalig werkgever te benaderen) ook uitkomst, waar het gaat om het afschermen van het bedrijfsbelang tegen een concurrerende werknemer. Zo’n beding valt niet onder de werkingssfeer van het wetsvoorstel en is vaak een goed alternatief.