Wiebes komt met maatregelen om onzekerheid over nieuwe ZZP-wet weg te nemen!

maandag, 21 november 2016

Al sinds de invoering van de Wet DBA op 1 mei jl. bestaat zowel bij ZZP’ers als ondernemers grote onrust. Ondernemers zijn voorzichtig met het inhuren van ZZP’ers en ZZP’ers vrezen ervoor dat zij hun opdrachten als gevolg hiervan kwijtraken. Dit zorgt niet alleen voor onrust maar leidt ook tot onzekerheid over werk en inkomen. Inmiddels is er onderzoek gedaan naar de ongewenste arbeidsmarkteffecten van de nieuwe wet. Zo is er een Commissie beoordeling modelovereenkomsten Wet DBA (‘Commissie’) en een Meldpunt Wet DBA (‘Meldpunt’) ingesteld. Zowel vanuit de Commissie als vanuit het Meldpunt komt onder meer naar voren dat het onderscheid tussen ondernemerschap en een dienstbetrekking niet overal goed aansluit bij de praktijk. Daarnaast wordt ook de nieuwe arbeidswetgeving als knellend ervaren, hetgeen voor nog meer onrust zorgt. Wiebes heeft naar aanleiding hiervan de volgende maatregelen aangekondigd.

  1. Verlenging implementatietermijn tot 1 januari 2018

Aanvankelijk gold er een implementatietermijn tot 1 mei 2017. Tot die tijd kregen ZZP’ers en ondernemers de tijd de feitelijke situatie in overeenstemming te brengen met de Wet DBA die sinds 1 mei 2016 in werking is getreden. Gelet op de bevindingen van de Commissie en de reacties die binnen zijn gekomen bij het Meldpunt heeft de Minister besloten de implementatietermijn te verlengen tot 1 januari 2018. De tijd zal gebruikt worden om duidelijkheid te creëren over de vraag wanneer het gebruik van een (model)overeenkomst echt nodig is en wanneer niet. Situaties waarin dusdanig duidelijk sprake is van ondernemerschap lenen zich mogelijk niet voor de modelovereenkomst. Gedurende de verlenging van de implementatietermijn zal de Belastingdienst niet tot handhaving overgaan. De Minister hoopt met deze maatregel ondernemers en ZZP’ers wat meer rust te geven en een deel van de onzekerheid te kunnen wegnemen. Daarentegen zal vanaf 1 mei 2017 wel een (repressief) handhavingsbeleid worden gevoerd ten aanzien van kwaadwillenden. Onder kwaadwillende wordt de opdrachtnemer of opdrachtgever verstaan, die opzettelijke een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat bestaan of voorbestaan, omdat hij weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).

  1. Herijking criteria ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’

Daarnaast zal het Kabinet gedurende de verlengde implementatietermijn de begrippen ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’, die van belang zijn om te beoordelen of al dan niet sprake is van een dienstbetrekking, herijken. Uit de reacties die bij het Meldpunt zijn binnengekomen blijkt dat de behoefte bestaat dat deze criteria op een manier worden gedefinieerd die beter aansluit bij het huidige maatschappelijke beeld van een arbeidsverhouding. Handhaving zal niet plaatsvinden zolang voornoemde begrippen niet zijn vastgesteld. ZZP’ers en ondernemers hebben op die manier de zekerheid dat zij tot die tijd niet geconfronteerd zullen worden met boetes en/of naheffingen vanuit de Belastingdienst.

  1. Uitzondering ketenbepaling Wet Werk en Zekerheid

Tot slot heeft de Minister aangegeven open te staan voor verzoeken van de Sociale partners om voor een aantal sectoren uitzonderingen te maken op de ketenregeling. Denk hierbij aan de omroep-, de media- en de kunst- en cultuursector. De ketenregeling van maximaal twee jaar in combinatie met de Wet DBA wordt als beknellend ervaren nu de aard van de bedrijfsvoering in dit soort sectoren juist flexibiliteit vraagt.

Medio 2017 zal beoordeeld worden wat de vorderingen zijn met betrekking tot de implementatie van de Wet DBA en of opnieuw verlenging van de implementatietermijn noodzakelijk is.

Mocht u hierover vragen hebben of meer informatie willen, neemt u dan gerust contact met ons op. Uiteraard houden wij u op de hoogte van de ontwikkelingen.