Wie bezit de auteursrechten, de werkgever of de werknemer?

donderdag, 2 juni 2016

Als een auteursrechtelijk beschermd werk wordt gecreëerd door een werknemer in het kader van zijn of haar werk, aan wie komt het auteursrecht dan toe: aan de werknemer of de werkgever?

In beginsel wordt de werkgever als auteursrechthebbende aangemerkt op werken die door werknemers in dienstverband worden gemaakt. Daarvoor is vereist dat het maken van het werk onderdeel is van de dagelijkse taken van de werknemer (een designer in dienstbetrekking ontwerpt kleding), of dat de werkgever een specifieke opdracht heeft verstrekt aan de werknemer tot het maken van het werk (werknemer krijgt de opdracht een artikel te schrijven).

Onder werktijd gemaakt maar de auteursrechten niet naar de werkgever

Het kan voorkomen dat een werk wordt gemaakt onder werktijd, maar dat de werknemer dat niet deed in de uitoefening van de dagelijkse taken of naar aanleiding van een specifieke opdracht. Dan kan de werkgever geen aanspraak maken op de auteursrechten! Een roman die wordt geschreven door een advocaat in loondienst, zal in beginsel niet onder zijn dagelijkse taken vallen, waardoor de advocaat als auteursrechthebbende op de roman zal worden aangemerkt. Overigens kan de werknemer wel een arbeidsrechtelijk probleem hebben, maar dat is een ander verhaal.

Recent geval: strikte uitleg van taakomschrijving

In een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam in kort geding was de vraag aan de orde of de werkgever auteursrechthebbende was op software die door een werknemer voor een andere partij dan zijn werkgever was ontwikkeld. De werkgever was een internetbedrijf dat diensten aanbood aan vloggers, waarbij gebruik werd gemaakt van vloggersoftware. Voor een ander bedrijf dan het bedrijf van werkgever waren door de werknemer (en een derde partij) werkzaamheden verricht, waaronder het ontwikkelen van vloggersoftware. Overigens twistten partijen in het kort geding over de vraag of de werknemer of de derde de software had ontwikkeld. Los van het antwoord op die vraag bepaalde de rechter dat de hoofdregel dat de auteursrechten op werken die in uitoefening van het dienstverband door de werknemer worden vervaardigd aan de werkgever toekomen, beperkt moet worden uitgelegd.

De rechter oordeelde dat indien een werknemer werken vervaardigt die nuttig kunnen zijn voor een werkgever (zoals software voor een internetbedrijf), maar het vervaardigen van dergelijke werken niet tot zijn taakomschrijving behoort, deze werken niet automatisch toekomen aan de werkgever. Omdat het ontwikkelen van de software door de werknemer volgens de rechter buiten de scope van zijn reguliere werkzaamheden viel, is het mogelijk dat de auteursrechten op de software toekomen aan de werknemer. Of dat daadwerkelijk het geval was in deze kwestie, werd door de rechter niet beslist.

Afspraken in een arbeidsovereenkomst

Werkgever en werknemer kunnen in een arbeidsovereenkomst afspraken maken over aan wie de auteursrechten op door de werknemer vervaardigde werken toekomen, waarbij zij mogen afwijken van de wettelijke hoofdregel. Ook kunnen in een dergelijke overeenkomst afspraken worden gemaakt over of het maken van een bepaald werk wel of niet binnen de dagelijkse taken of een specifieke opdracht van de werkgever valt. Omdat niet altijd duidelijk is of een werk in uitoefening van een dienstbetrekking of opdracht is vervaardigd, is het aan te bevelen dergelijke afspraken te maken in een arbeidsovereenkomst. Op die wijze kan zoveel mogelijk voorkomen worden dat een werkgever geen auteursrechten kan doen gelden op voor zijn onderneming nuttige en waardevolle werken, zoals software.  

Wil je meer weten over werknemersauteursrecht? Neem dan contact op met onze specialisten van de sectie IE/IT & Privacy (e.vangelderen@banning.nl; e.menkhorst@banning.nl; d.verdoold@banning.nl.