Wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen II: Kan het faillissement worden voorkomen?

maandag, 6 oktober 2014

In het kader van het wetgevingsprogramma ‘Herijking Faillissementswet’ is reeds een aantal wetsvoorstellen gepubliceerd. In het kader van de “drie pijler benadering” staat, naast bestrijding van faillissementsfraude en modernisering van de faillissementsprocedure, de versterking van het reorganiserend vermogen van bedrijven centraal. Door middel van het Wetsvoorstel Wet continuïteit ondernemingen II tracht minister Opstelten (Veiligheid en Justitie) regelgeving ten aanzien van reorganisaties te versoepelen voor bedrijven in financiële moeilijkheden.

Een faillissement leidt regelmatig tot onnodig waardeverlies van de onderneming en bovendien tot verlies van werkgelegenheid. Door een succesvolle reorganisatie kunnen ondernemers een mogelijk aankomend faillissement voorkomen. Het bovengenoemde wetsvoorstel flexibiliseert het proces van herstructurering van problematische schulden bij ondernemingen buiten faillissement.

Het wetsvoorstel biedt verdere mogelijkheden tot herstructurering van schulden door middel van een akkoord tussen de onderneming en haar schuldeisers en aandeelhouders vóór faillissement. Tot op heden is het onderhandse akkoord niet wettelijk geregeld. In het onderhavige wetsvoorstel zijn het bestuur van de onderneming en haar schuldeisers afzonderlijk bevoegd een akkoord aanbieden. Een dergelijk buitengerechtelijk akkoord kan bijvoorbeeld afspraken bevatten omtrent de verlaging of kwijtschelding van de vorderingen die schuldeisers hebben. Een andere mogelijkheid is om vorderingen van crediteuren om te zetten in aandelen in de onderneming. Hiermee wordt de schuldenlast verlaagd, waardoor de onderneming meer kans heeft om de financieel moeilijke tijden te overleven.

Een informeel akkoord komt tot stand door middel van een stemming, waarbij schuldeisers worden onderverdeeld in verschillende klassen. Per klasse dient een absolute meerderheid voor het akkoord te stemmen. Bovendien dienen de schuldeisers die gestemd hebben per klasse minstens twee derden van de schuldenlast te vertegenwoordigen. Deze versterkte meerderheden zijn gerechtvaardigd nu het gaat om een procedure buiten insolventie en er dus geen toezicht gehouden wordt door de curator. Thans is het zo dat een enkele schuldeiser de totstandkoming van een akkoord kan frustreren door niet mee te werken. Dwarsliggende schuldeisers kunnen slechts gedwongen worden mee te werken aan het akkoord indien zij misbruik maken van bevoegdheid (artikel 3:13 BW). Toewijzing van een dergelijke vordering mag volgens de Hoge Raad slechts onder zeer bijzondere omstandigheden. Dit verandert indien het onderhavige wetsvoorstel wordt aangenomen. Onwelwillende schuldeisers, die zich op onredelijke gronden verzetten, kunnen worden gedwongen tot medewerking door een algemeen verbindend verklaring van het akkoord door de rechter.

Naast de versoepeling van het dwangakkoord in het voordeel van de schuldenaar, wordt ook de mogelijkheid om noodfinanciering aan te trekken vergemakkelijkt. De ondernemer heeft kapitaal nodig om de periode te kunnen overbruggen dat over het akkoord wordt onderhandeld. Op dit moment is het zo dat het afsluiten van een nieuwe kredietfaciliteit en de zekerheden die ten behoeve van de nieuwe financiering worden gevestigd vernietigd kunnen worden op grond van de pauliana (artikel 42 Fw). Dit schrikt potentiële kredietverschaffers af. Het nieuwe wetsvoorstel maakt een uitzondering op het voorgaande. De financiering die wordt aangetrokken na de datum van aanbieding van het akkoord is niet vatbaar voor vernietiging. Hierdoor zullen financiers sneller bereid zijn om ondernemingen in zwaar weer te hulp te schieten.

Op dit moment is het wetsvoorstel onderwerp van consultatie. Indien het wetsvoorstel daadwerkelijk wordt aangenomen betekent dit dat de Faillissementswet de grootste wijziging in jaren ondergaat.

Bron: www.rijksoverheid.nl

Klik hier voor het wetsvoorstel.