Wetsvoorstel vereenvoudiging regelingen UWV aangenomen

donderdag, 20 december 2012

Op de valreep voor het einde van het jaar heeft de Eerste Kamer op 18 december 2012 het Wetsvoorstel vereenvoudiging regelingen UWV aangenomen. Dit wetsvoorstel behelst diverse (technische) aanpassingen in de Werkloosheidswet. De belangrijkste voor de arbeidsrechtpraktijk is de afschaffing van de mogelijkheid om de zgn. fictieve opzegtermijn via een pro forma ontbindingsprocedure met één maand te bekorten.

De fictieve opzegtermijn is de wachttijd die het UWV hanteert bij het bepalen van de ingangsdatum van een WW-uitkering. Deze wachttijd komt bij een pro forma ontbinding vaak neer op de opzegtermijn verminderd met één maand korting (indien de werknemer althans een vergoeding ontvangt). Bij de ontslagroute via het UWV geldt deze forfaitaire aftrek van één maand ook, bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden (via een vaststellingsovereenkomst) echter niet.
Door de korting van één maand kan de arbeidsovereenkomst één maand eerder worden beëindigd en krijgt de werknemer aansluitend een WW-uitkering (uitgaande dat aan alle vereisten daarvoor is voldaan).
Door aanname van dit wetsvoorstel is deze maand korting bij de pro forma ontbindingsprocedure verleden tijd. Dit is vooral van belang in de praktijk rondom het treffen van beëindigingregelingen met werknemers. De einddatum van de arbeidsovereenkomst kan hierdoor niet meer met één maand worden vervroegd. Overigens geldt de forfaitaire aftrek ook niet meer bij inhoudelijke ontbindingsprocedures.

Het doel van deze wijziging is om het aantal pro forma procedures sterk terug te dringen. Omdat deze forfaitaire aftrek niet geldt bij een beëindiging met wederzijds goedvinden, wordt nog te vaak voor de kantonrechter gekozen. Dit, ondanks dat hier veelal geen noodzaak meer voor is, onder meer vanwege de beperking van de verwijtbaarheidstoets van de WW (maar de reden dus de maand korting is). Het betreft dus een bezuinigingsmaatregel. Vanwege het feit dat hierdoor het recht op WW-uitkering een maand later ingaat, in combinatie met het feit dat veel mensen vanuit de WW weer gaan werken voordat de uitkeringsduur volledig is verstreken, wordt tevens bespaard op de uitkeringslasten en de uitvoeringskosten.

Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip treedt de wet in werking, maar beoogd is al 1 januari 2013.

In het wetsvoorstel is een overgangsregeling opgenomen. In deze regeling wordt bepaald dat deze wijziging – geen forfaitaire aftrek meer in geval van ontbinding door de kantonrechter op verzoek van de werkgever – niet geldt voor werknemers van wie de dienstbetrekking is geëindigd door ontbinding indien het verzoek van de werkgever aan de kantonrechter vóór inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is ingediend. M.a.w. indien de beoogde inwerkingstredingdatum van 1 januari 2013 wordt gehaald, dan is de maand korting nog van toepassing voor regelingen die dit jaar zijn gesloten en waarbij het pro forma verzoekschrift nog voor 31 december 2012 is ingediend.
Tot slot; er kunnen ook andere reden zijn om te kiezen voor een pro forma ontbindingsprocedure (voor de werkgever beperking van de mogelijkheid van een beroep van de werknemer op bijvoorbeeld een wilsgebrek, voor de werknemer een executoriale titel voor de ontbindingsvergoeding). Deze pro forma procedures kunnen na invoering van deze wet nog steeds worden gevoerd. Dat het aantal zal afnemen, lijkt mij echter evident.