Wetsvoorstel pensioen bij overgang van onderneming

vrijdag, 17 mei 2002

Pensioen bij overgang van onderneming in een nieuw perspectief.

Huidige regeling

De rechten van de werknemer bij de overgang van een onderneming zijn geregeld in artikel 7:662 – 7: 666 BW. De huidige regeling heeft betrekking op de gevolgen voor de arbeidsovereenkomst in het geval van overgang van onderneming door middel van onder meer een zogenaamde bedrijfsfusie (activa/passiva transactie). Volgens artikel 7:663 BW gaan de rechten en verplichtingen die voor de werkgever voortvloeien uit een arbeidsovereenkomst tussen haar en een werknemer, door een overgang van een onderneming van rechtswege over op de verkrijger van die onderneming. Er vanuit gaande dat pensioenrechten eveneens uit de arbeids-overeenkomst voortvloeien en een arbeids-voorwaarde vormen, zou op grond van de wettekst aangenomen mogen worden dat ook deze rechten verstrekt door de vervreemder (de verkoper) op de verkrijger (de koper) overgaan. Dit is echter niet het geval. De wet bepaalde tot dusver dat pensioenregelingen niet meegaan naar de verkrijger.

Nieuwe regeling

Als gevolg van de diverse mogelijkheden is het wetsvoorstel geënt op drie situaties.

Situatie 1
De vervreemder (verkoper) heeft geen pensioenregeling, de verkrijger (koper) wel.
Op grond van het Wetsvoorstel zou de bij de verkrijger geldende pensioenregeling ook voor de werknemers van de vervreemder moeten gaan gelden. Er is niet beoogd te regelen dat de pensioentoezegging door de overnemende onderneming met terugwerkende kracht wordt gedaan. De pensioentoezegging voor de overgenomen werknemers dient te gaan gelden vanaf het moment van overgang.

Situatie 2
De vervreemder (verkoper) heeft wel een pensioenregeling de verkrijger niet. 
In de situatie waarin de vervreemder wel een pensioenregeling heeft, maar de verkrijger niet, brengt aanpassing van artikel 7:663 BW met zich mee dat de verkrijger voor voortzetting van de pensioenregeling moet gaan zorgdragen.

Situatie 3
De vervreemder en verkrijger hebben verschillende pensioenregelingen. 
In dit geval zal de verkrijger de beide bestaande regelingen, voor de overgenomen werknemers respectievelijk zijn eigen werknemers, moeten voortzetten. De verkrijger kan er echter ook voor kiezen om zijn eigen pensioenregeling op de overgenomen werknemers toe te passen. De verkrijger dient deze keuzemogelijkheid te benutten voorafgaand aan de datum waarop de overgang van onderneming effectief wordt, bij gebreke waarvan de oude regeling van rechtswege overgaat.

Conclusie
De hiervoor kort omschreven wijzigingen op het gebied van pensioentoezeggingen betekenen een verbetering ten opzichte van de huidige regeling voor de werknemers. 
Voor werkgevers is het van belang dat zij zich de consequenties van die regeling, na invoering, realiseren en bij de fusieonderhandelingen betrekken.