Wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen schulden wordt ingevoerd

woensdag, 8 juni 2016

Bekend zijn de voorbeelden uit de praktijk, waarin erfgenamen ongewild een nalatenschap zuiver hebben aanvaard. Zo was het geval toen de erfgenamen na de begrafenis conform de wens van de overledene samen zijn gaan dineren en de kosten werden betaald te laste van een tot de nalatenschap behorende bankrekening.

Het probleem van een te snelle zuivere aanvaarding is dat erfgenamen dan aansprakelijk zijn, ook in privé, voor alle schulden van de nalatenschap. Als bij nader inzien blijkt dat de nalatenschap meer schulden dan bezittingen bevat, moeten de erfgenamen dus vanuit hun privé vermogen aan de betaling van die schulden bijdragen. De wetgever was van mening, dat deze ongewilde aansprakelijkheid in de praktijk te gemakkelijk tot stand kwam en dat er teveel onduidelijkheid bestond over de vraag wanneer er nu wel en geen sprake was van zuivere aanvaarding. Het wetsvoorstel bescherming erfgenamen tegen schulden (wetsvoorstel nummer 34224) was daarvan het gevolg. Na de Tweede Kamer heeft nu ook de Eerste Kamer het wetsvoorstel aangenomen.

De wetgever had ervoor kunnen kiezen om beneficiaire aanvaarding als uitgangspunt in de wet op te nemen. Dit is echter niet gebeurd. In het wetsvoorstel is gekozen voor beperking van de gedragingen van een erfgenaam die leiden tot zuivere aanvaarding. Daarbij is bepaald dat alleen die gedragingen zuivere aanvaarding van de nalatenschap tot gevolg hebben, die leiden tot benadeling van schuldeisers van nalatenschap. Bijvoorbeeld door nalatenschapsgoederen te verkopen, te bezwaren of op een andere manier aan het verhaal van schuldeisers te onttrekken. Dit geldt dus niet voor handelingen in het belang van de nalatenschap. Te denken valt aan verkoop van bederfelijke goederen (met reservering van de opbrengst als behorend tot de nalatenschap) of ontruiming van een woning (met opslag elders van de inboedel) ter beëindiging van huurkosten. Deze handelingen worden beschouwd als handelingen van goed beheer en leiden niet tot zuivere aanvaarding.

Beschikkingshandelingen die de erfgenaam bewust verricht, zoals het verkopen en bezwaren van zaken, en die zo ingrijpend zijn dat de erfgenaam daarmee in de woorden van de parlementaire geschiedenis “als heer en meester” beschikt over de nalatenschap leiden wel tot zuivere aanvaarding van de nalatenschap. Gedacht kan worden aan de verkoop van de woning van de erflater, het vestigen van een (tweede) hypotheek op de woning of het verdelen van de antiekcollectie tussen de erfgenamen onderling. Gaat het echter om andere handelingen, dan aanvaardt hij niet zuiver de nalatenschap.

Een aantal handelingen waarvan nu wordt aangenomen dat deze zuivere aanvaarding tot gevolg hebben, zal dit na de voorgestelde wijziging niet meer hebben. Een erfgenaam die uit eigen middelen een rekening van de overledene betaalt om een incassoprocedure te voorkomen, aanvaardt op grond van dit voorstel niet langer zuiver een nalatenschap. Ditzelfde geldt voor de erfgenaam die in rechte een schuld van de erflater betwist, omdat hij bijvoorbeeld in de administratie bewijs heeft aangetroffen dat deze schuld al is betaald of als hij kostbaarheden van de overledene veilig stelt door deze tijdelijk in zijn kluis op te bergen (mits ten behoeve van de afwikkeling van de nalatenschap inzichtelijk blijft welke zaken hij in veiligheid heeft gebracht).

Maar het wetsvoorstel gaat nog verder: als nalatenschap eenmaal zuiver is aanvaard, dan kunnen erfgenamen toch nog worden beschermd tegen daarna ontdekte, onverwachte schulden. Omdat de wetgever er vanuit gaat dat een erfgenaam voorafgaand aan de aanvaarding eerst zal moeten nagaan welke verplichtingen de erflater had, zal er niet snel sprake zijn van een onverwachte schuld, aldus de wetgever. Doen zich onverwachte schulden voor, dan kan de erfgenaam binnen drie maanden na de ontdekking van die schulden bij de kantonrechter een verzoek indienen tot machtiging om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden. Dit kan zelfs nog wanneer de nalatenschap al is verdeeld. De erfgenaam behoeft dan alleen dat gedeelte van de onverwachte schuld te dragen, dat hij uit zijn erfdeel kan voldoen.

Het is de verwachting dat de wet met ingang van 1 september 2016 in werking treedt en van toepassing zal zijn op nadien opengevallen nalatenschappen.