Wet uitfasering pensioen

dinsdag, 2 mei 2017

In Nederland zijn er ongeveer 162.000 dga’s met een aanspraak op een pensioen in eigen beheer. Op 1 juli 2016 heeft de Ministerraad een wetsvoorstel aangekondigd, dat de Tweede Kamer op 17 november 2016 en de Eerste Kamer op 7 maart 2017 heeft aanvaard. De Wet uitfasering pensioen in eigen beheer is op 1 april 2017 inwerking getreden. Daarmee is een einde gekomen aan de mogelijkheid van de dga om pensioen in eigen beheer op te bouwen. Verder heeft de dga de mogelijkheid gekregen het reeds opgebouwde pensioen in eigen beheer fiscaal gefaciliteerd af te kopen.

Vanaf 1 juli 2017 kan de dga geen pensioen in eigen beheer meer opbouwen, omdat de BV niet langer als verzekeraar kan optreden voor een pensioenvoorziening in het kader van de Wet op de loonbelasting 1964. Voor wat betreft het reeds in eigen beheer opgebouwde pensioen zijn er thans drie mogelijkheden, die ik hierna ga behandelen.

  1. Het reeds in een BV opgebouwde pensioen in eigen beheer wordt premievrij gemaakt. De tot 1 januari 2017 bestaande fiscale regelingen blijven op dat pensioen van toepassing. Als voor deze optie wordt gekozen, blijft het probleem van de “dividendklem” bestaan. Het reeds opgebouwde pensioen blijft op de balans “economisch gewaardeerd”. Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Stel dat een dga een fiscale pensioenvoorziening heeft van € 250.000, dan kan de commerciële waarde zomaar € 600.000 bedragen. Dat waardeverschil wordt veroorzaakt door de lage rentestand en de verplichting van de fiscus om te rekenen met een rente van 4%. Als uitgegaan wordt van de commerciële waarde van het pensioen, zal de dga in veel gevallen geen dividend kunnen uitkeren. De pensioenverplichting drukt immers op het eigen vermogen van de onderneming. De dga wordt geconfronteerd met de zogenaamde “dividendklem”.
  1. Daarnaast heeft de dga de mogelijkheid het door hem of haar opgebouwde pensioen af te kopen. De wetgever stimuleert de dga om dat te doen. Dan komt er immers geld in het overheidslaatje. Daarom biedt de wetgever de dga bij volledige afkoop van zijn pensioen twee voordelen. Het eerste voordeel is dat het pensioen fiscaal geruisloos mag worden afgestempeld tot de fiscale waarde. De dga hoeft in ons voorbeeld derhalve niet langer uit te gaan van de commerciële waarde van € 600.000, maar mag deze terugbrengen tot de fiscale waarde van € 250.000. Daarbij is geen loonbelasting of revisierente verschuldigd. Voorts wordt aan de dga een korting gegeven op de afkoopgrondslag. Die korting bedraagt in 2017 34,5%, in 2018 25% en in 2019 19,5%. Dat betekent in ons voorbeeld dat er in 2017 geen belasting hoeft te worden betaald over 34,5% van € 250.000. € 86.250 is vrijgesteld en over € 163.750 betaalt de dga (in veel gevallen) 52% belasting; dat is € 85.150. Hij houdt dus € 164.850 netto over en er is geen pensioenvoorziening meer.
  1. De derde mogelijkheid is om het opgebouwde pensioen in een spaarvariant om te zetten: de zogenaamde “oudedagsvoorziening” (hierna: ODV). Ook dan mag de dga de commerciële waarde van het pensioen (in ons voorbeeld € 600.000) afstempelen naar de fiscale waarde van € 250.000. Dat bedrag mag hij echter in de BV laten staan. Dat betekent dat niet langer de “dividendklem” op hem drukt. De commerciële waarde van de pensioenverplichting is immers teruggebracht tot de fiscale waarde. De dga betaalt vooralsnog geen belasting over dat bedrag. Hij behoudt de liquiditeit in de BV en kan daarmee blijven werken. Dat was en is immers het grote voordeel van pensioen in eigen beheer: er blijft liquiditeit in de BV, waarmee de dga zijn activiteiten kan ontplooien. De ODV vormt een verplichting op de balans van de werkgever (de BV), maar kan ook worden afgestort bij een verzekeraar of bij een bank. Aan de ODV mag niet worden gedoteerd, behoudens de jaarlijkse bijschrijving van rente. Daarbij wordt aangesloten bij de marktrente (U-rendement).

Wat moet er vervolgens met de ODV gebeuren? De dga dient de ODV in een periode van 20 jaar vanaf AOW-leeftijd uit te keren. Die uitkeringen uit de ODV worden belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. Hij mag de periode van 20 jaar ook eerder laten ingaan, te weten maximaal 5 jaar voor het bereikten van de AOW-leeftijd, maar niet later dan 2 maanden na het bereiken van de AOW-leeftijd. Bij overlijden van de dga voordat de uitkeringen zijn ingegaan, moet uiterlijk 12 maanden daarna de uitkering ingaan op het leven van de erfgenamen.

Met welk groot probleem zullen familierechtadvocaten en -notarissen worden geconfronteerd? Dat betreft de toestemming, die de echtgenoten of gewezen echtgenoten moeten geven, in het geval wordt besloten tot afkoop of tot omzetting in een ODV. De (gewezen) echtgenoot hoeft geen toestemming te geven voor het premievrij maken als bedoeld onder 1, maar voor afstempelen en afkoop c.q. omzetting in een ODV heeft de dga wel toestemming nodig van zijn (gewezen) echtgenoot. Dat vormt een probleem, omdat er altijd (ex-)echtgenoten zijn, die om onduidelijke redenen geen toestemming willen geven. Nou heeft de wetgever aangegeven dat de dga voor afkoop en omzetting een redelijke compensatie moet bieden aan de partner. Die verliest immers een pensioenvoorziening ten gevolge van de afkoop respectievelijk omzetting. De vraag is wat een redelijke compensatie is. Dat zal mede afhankelijk zijn van de vraag of er naast ouderdomspensioen ook nabestaandenpensioen is opgebouwd. Welk deel van de € 250.000, genoemd in ons voorbeeld, betreft dan compensatie voor het verlies van pensioenrechten? En mag de (ex-)echtgenote verlangen, dat zij voor het verlies van (het gehele) nabestaandenpensioen wordt gecompenseerd en daarnaast ook voor de helft van het ouderdomspensioen? Dat zou een onevenredig hoge compensatie zijn voor de dga. In het geval zijn (ex-)echtgenote komt te overlijden, krijgt hij immers de compensatie niet terug, wat bij verevening van ouderdomspensioen wel het geval is. Dit alles zal buitengewoon veel rekenwerk gaan vergen. Bovendien zullen we in 2017 de nodige kort gedingen tegemoet kunnen zien.

Heeft u hier vragen over of wilt u van gedachten wisselen? Neemt u dan vrijblijvend contact op met de advocaten van de sectie familierecht, of met Louis Zonnenberg