Wet toezicht kredietunies goedgekeurd door Parlement

woensdag, 29 april 2015

Op dinsdag 28 april 2015 heeft de Eerste Kamer, in navolging van de Tweede Kamer, met unanimiteit ingestemd met het wetsvoorstel betreffende “kredietunies”, afkomstig van CDA en PvdA (“Wet toezicht kredietunies”). Dit wetsvoorstel heeft mogelijk positieve gevolgen voor het bestaan, de omvang en werkwijze van kredietunies en (daarmee) ook op de financieringspraktijk van het bedrijfsleven in zijn algemeenheid.  

Kredietunies zijn in wezen niet veel meer dan groepen bedrijven (veelal MKB-ondernemers) die onderling leningen aan elkaar verstrekken uit een gezamenlijke “pot”. Dit is een vorm van “alternatieve financiering” naast de klassieke financiering door bijvoorbeeld kredietinstellingen. Alternatieve financieringsconstructies (waaronder ook crowdfunding) zijn al enkele jaren een niet meer weg te denken fenomeen in het nationale en internationale bedrijfsleven, gelet op de steeds strengere normen die kredietverstrekkers hanteren. 

Kredietunies zijn (dus) niet nieuw in Nederland en bestaan al een tijd. In de praktijk stuit(t)en deze kredietunies en de participanten daarvan veelal op lastige juridische vraagpunten, met name ten aanzien van de vraag of nu sprake is van enige vergunningplicht onder (bijvoorbeeld) de Wet financieel toezicht (vergelijkbaar aan de vergunningplicht van bijvoorbeeld banken) en zo ja welke criteria daarbij gelden. Teneinde onder meer die onduidelijkheden uit de weg te ruimen en teneinde een helder juridisch kader te scheppen waarin kredietunies in Nederland kunnen worden opgericht en kunnen opereren, is genoemd wetsvoorstel ingediend. 

Het wetsvoorstel beoogt onder meer de Wet op het Financieel Toezicht op punten te wijzigen. In de Wet op het Financieel Toezicht wordt allereerst een duidelijke definitie opgenomen van wat nu exact wordt verstaan onder een kredietunie: dit betreft een coöperatie waarvan de leden op grond van hun beroep of bedrijf zijn toegelaten tot het lidmaatschap van de coöperatie, die haar bedrijf maakt van: a. het bij haar leden aantrekken van opvorderbare gelden; en b. het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen aan haar leden ten behoeve van de beroeps- of bedrijfsuitoefening van die leden. Verder zal in de Wet op het Financieel Toezicht worden opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning het bedrijf van “kredietunie” uit te oefenen. Die vergunning wordt verstrekt door de Nederlandse Bank indien aan specifiek in de Wet op het Financieel Toezicht genoemde criteria is voldaan. Bij ministeriële regeling kunnen vrijstellingsregelingen worden vastgesteld, waardoor (mogelijk) voor sommige (typen van) kredietunies geen vergunning nodig zal zijn. Wanneer en onder welke voorwaarden die ministeriële regeling zal worden ingevoerd (en onder welke voorwaarden dus exact een vrijstelling kan worden verkregen), is – aldus minister Dijsselbloem op 28 april 2015 – nog niet bekend. 

Zeker na bekendmaking van bedoelde ministeriële regeling zal  een duidelijk juridisch kader zijn geschetst waarbinnen kredietunies kunnen worden opgericht en (al dan niet vrijgesteld van een vergunning) kunnen en mogen opereren. Verwacht wordt dat inwerkingtreding van dit wetsvoorstel alsmede de ministeriële regeling een aanzuigend effect zal hebben op de omvang en werking van bestaande kredietunies en dat mogelijk nieuwe kredietunies zullen worden opgericht. Hiermee worden – zo wordt ook in de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel gesteld – de alternatieve financieringsbronnen voor met name MKB-ondernemers vergroot. 

Voor een volledig overzicht van de parlementaire behandeling en beraadslaging en achtergronden van dit wetsvoorstel, zie onderstaande link:

http://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33949_initiatiefvoorstel_agnes