Werknemer neemt een onvoldoende actieve houding in het reïntegratieproces tijdens het derde ziektejaar: loonstop van 50% gerechtvaardigd.

dinsdag, 15 oktober 2013

Werknemer is sinds 1987 in dienst als metselaar en wordt ziek. Na twee jaar ziekte wordt aan de werkgever een loonsanctie – een verplichte loondoorbetaling van 52 weken- opgelegd. Tijdens dit derde ziektejaar is de loondoorbetaling aan werknemer al diverse keren stopgezet vanwege het onvoldoende meewerken aan zijn reïntegratieverplichtingen. Werknemer zou onder meer weigeren te solliciteren. Op een bepaald moment is door werkgever voor de derde keer een reïntegratiebureau ingeschakeld. Dit reïntegratiebureau heeft richting werkgever te kennen gegeven de activiteiten met werknemer niet langer te willen voortzetten vanwege diens negatieve en agressieve houding. Daarop gaat werkgever opnieuw het loon stopzetten.
Werknemer start een procedure om het loon te vorderen.

In deze zaak bemoeit werkgever zich intensief met het 2e spoor traject en geeft daarnaast het reïntegratiebureau specifieke instructies. Zo heeft de werkgever zelf een brief aan werknemer geschreven met daarin de voorwaarden waaraan deze dient te
"dat wij van u verwachten:
- dat u voldoende sollicitatie-inspanningen verricht (tenminste 2 per week);
- ook solliciteert naar de functie van metselaar;
- reageert op de vacatures die door ons worden aangedragen;
- een actieve houding aannemen tijdens de gesprekken met het reïntegratiebureau"

Het reïntegratiebureau heeft vervolgens – op instructie van de werkgever- ook nog specifieke voorwaarden gesteld aan de werknemer. Zo wordt van werknemer geëist dat hij zich bij meerdere uitzendbureaus zal inschrijven, dat hij wekelijks naar het UWV Werkplein gaat om passende vacatures te zoeken en dat hij vrijwilligerswerk gaat doen.

De loondoorbetaling tijdens ziekte is geregeld in artikel 7:629 lid 1 BW. Lid 3 van datzelfde artikel beschrijft een zestal situaties waarin de zieke werknemer dit recht op loon niet heeft. Eén van deze situaties heeft betrekking op de weigering – zonder deugdelijke grond- mee te werken aan door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de werknemer in staat te stellen passende arbeid te verrichten.

De kantonrechter in Utrecht beoordeelt of de werknemer zijn loonaanspraak op deze grond heeft verloren. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer in voldoende mate aan zijn sollicitatieverplichtingen voldaan: werknemer heeft zich bij twee uitzendbureaus ingeschreven en heeft aangetoond dat hij heeft gesolliciteerd op vacatures van het UWV Werkplein. De eis om wekelijks naar het UWV Werkplein te gaan, acht de kantonrechter geen redelijke eis. Wel is de kantonrechter gebleken dat er een probleem is met de houding van werknemer die vijandig en geagiteerd was tijdens de gehele reïntegratieperiode. Op basis daarvan komt de rechter tot het oordeel dat werknemer gedeeltelijk zijn reïntegratieverplichtingen niet is nagekomen waardoor in dit geval een loonstop van 50% gerechtvaardigd is.

Uit deze uitspraak is de lering te trekken dat het a) zinvol is om zelf actief de werknemer redelijke reïntegratieverplichtingen op te leggen, en b) ook tijdens het derde ziektejaar een loonstop kan worden ingezet indien een werknemer onvoldoende meewerkt aan reïntegratie. Praktijkervaring leert dat werkgevers weleens "vergeten" dat dit wettelijk middel ook tijdens een loonsanctieperiode kan worden gebruikt.

Auteur