Werking concurrentiebeding bij stilzwijgende voortzetting arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd

woensdag, 27 mei 2009

Verliest het concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zijn werking indien deze (stilzwijgend) is voortgezet? Op 28 maart 2009 heeft de kantonrechter in Eindhoven zich over deze vraag gebogen. 

In deze zaak is de werknemer op 1 augustus 2005 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij werkgever. In die arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding en een relatiebeding opgenomen. De arbeidsovereenkomst is door beide partijen ondertekend. De eerste arbeidsovereenkomst is bij brief verlengd met één jaar. In die brief staat vermeld dat “afspraken die zijn gemaakt in uw arbeidsovereenkomst van toepassing zijn”. De tweede arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd is stilzwijgend verlengd, waardoor een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Naar aanleiding van het functioneringsgesprek, in februari 2008, is een brief door de werkgever verstuurd waarin het volgende staat vermeld: “Uw salaris gaat naar .... per maand. De overige afspraken wijzigen niet.”. De werknemer heeft deze brief niet ondertekend. In december 2008 heeft de werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd, omdat hij bij een andere werkgever in dienst treedt.

De werknemer is van oordeel dat het concurrentiebeding zijn werking heeft verloren, aangezien het concurrentiebeding bij de eerste verlenging van de arbeidsovereenkomst opnieuw uitdrukkelijk overeengekomen had moeten worden, althans dat daarnaar verwezen had moeten worden in een bij de brief gevoegde bijlage waarin het beding wel was opgenomen. Dit is niet gebeurd, zodat er tussen partijen geen concurrentiebeding meer van kracht is. Volgens de werkgever is het concurrentiebeding niet komen te vervallen, immers in de eerste arbeidsovereenkomst is het concurrentiebeding schriftelijk overeengekomen en vervolgens is bij de verlengingen gewezen op het gegeven dat de gemaakte afspraken rondom de arbeidsovereenkomst ongewijzigd blijven.

De Hoge Raad heeft op 28 maart 2008 in een soortgelijke kwestie overwogen dat in ieder geval aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan als een werknemer een arbeidsovereenkomst waarin een concurrentiebeding is opgenomen of enig ander geschrift waarin een concurrentiebeding voorkomt, heeft ondertekend. Aan het schriftelijkheidsvereiste is ook voldaan, als in een arbeidsovereenkomst of in een brief verwezen wordt naar bijgevoegde arbeidsvoorwaarden (aldus in een separaat document) waarin een concurrentiebeding voorkomt en werknemer zich door ondertekening van die arbeidsovereenkomst of brief (ook) akkoord verklaart met die arbeidsvoorwaarden. Ofwel, niet vereist is dat de bijgevoegde arbeidsvoorwaarden zelf door de werknemer zijn ondertekend.

Uit de uitspraak van de Hoge Raad kan volgens de kantonrechter in Eindhoven worden afgeleid dat ook bij verlenging van de arbeidsovereenkomst door middel van een brief één exemplaar van de arbeidsvoorwaarden of enig ander geschrift waarin het concurrentiebeding is opgenomen, dient te worden bijgevoegd. Dit had de werkgever in deze zaak niet gedaan, zodat volgens de kantonrechter niet voldaan is aan het schriftelijkheidsvereiste: het concurrentiebeding had zijn werking verloren.

Wel overweegt de kantonrechter dat het overeengekomen relatiebeding van kracht is gebleven, omdat het schriftelijkheidsvereiste niet geldt voor een overeengekomen relatiebeding.

Wanneer overwogen wordt om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met daarin opgenomen een concurrentiebeding te verlengen of om te zetten in een voor onbepaalde tijd, luidt het advies dan ook om of een nieuwe arbeidsovereenkomst met daarin een concurrentiebeding ter ondertekening aan de werknemer voor te leggen dan wel een brief te zenden met daarbij gevoegd een exemplaar van de arbeidsvoorwaarden met daarin opgenomen het concurrentiebeding. U dient erop toe te zien dat uw werknemer de arbeidsovereenkomst of de brief voor akkoord heeft ondertekend. Anders heeft het concurrentiebeding zijn werking verloren.

Auteur