Werkgever verplicht om werknemer te wijzen op mogelijk recht op transitievergoeding?

dinsdag, 29 december 2015

Als werkgever en werknemer de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden beëindigen, heeft de werknemer géén recht op een transitievergoeding. Is de werknemer minimaal 2 jaar in dienst, dan heeft hij in beginsel wél recht op de transitievergoeding als de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt of als deze op verzoek van werkgever door de rechter wordt ontbonden. Moet de werkgever de werknemer hierop wijzen als zij spreken over een beëindiging met wederzijds goedvinden?  

Recent meende een werknemer dat op zijn werkgever op grond van goedwerkgeverschap inderdaad zo’n ‘mededelingsplicht’ rustte. De rechter van rechtbank Midden-Nederland volgde dit standpunt echter niet. 

Het betrof een zaak waarin de werknemer met zijn werkgever een vaststellingsovereenkomst had gesloten. Het dienstverband eindigde op basis daarvan met wederzijds goedvinden, zonder enige financiële vergoeding. De werknemer vordert vervolgens bij de rechter een transitievergoeding, onder meer op grond van goed werkgeverschap. 

De rechter oordeelt dat de WWZ diverse mededelingsplichten voor de werkgever schept, maar dat het daarbij niet gaat om een ‘algemene spreekplicht’ voor de werkgever om bij onderhandelingen over een einde dienstverband te wijzen op een mogelijke aanspraak op een transitievergoeding. Daarom vindt de rechter het te ver gaan om aan te nemen dat zo’n spreekplicht wel uit het goed werkgeverschap zou voortvloeien. 

Daarbij weegt de rechter mee dat de werknemer een wettelijke bedenktermijn heeft van veertien dagen na totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst, waarin hij zonder opgaaf van redenen de overeenkomst mag ontbinden (zelfs 21 dagen indien daarop niet gewezen wordt). Deze bedenktermijn acht de rechter voldoende voor een werknemer om informatie in te winnen over de rechten en plichten bij de beeindiging van de arbeidsovereenkomst en de financiele voorwaarden daarbij. 

Kortom: volgens deze rechter heeft de werkgever bij onderhandelingen over een einde dienstverband géén mededelingsplicht ten aanzien van een mogelijk recht op transitievergoeding. 

Het is voor werkgevers echter aan te raden om de werknemer bij dergelijke onderhandelingen te adviseren om juridische bijstand in te schakelen en hen daarvoor ook voldoende tijd te gunnen. Enerzijds verkleint dat de kans dat de werknemer de bedenktermijn benut. Anderzijds kan dit van invloed zijn op de kans van slagen van een eventueel beroep op bijvoorbeeld dwaling. 

Dat er geen mededelingsplicht geldt voor het mogelijke recht op transitievergoeding, neemt bovendien niet weg dat de praktijk inmiddels laat zien dat in onderhandelingen over een einde dienstverband de transitievergoeding reflexwerking heeft. Werknemers zijn veelal namelijk wel op de hoogte van een recht op transitievergoeding bij een eenzijdige beëindiging door werkgever en zetten dit in als onderhandelingsmiddel.   

Heeft u vragen over het recht op transitievergoeding? Dan kunt u vrijblijvend contact opnemen met de advocaten van de sectie Arbeidsrecht.