Werkgever moet schadevergoeding betalen voor doorzoeken privémail werknemer

dinsdag, 1 juli 2014

De kantonrechter van de rechtbank Amsterdam heeft een groothandel in horloges veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 7.500,- aan schadevergoeding wegens het doorzoeken van privé e-mailberichten en WhatsApp berichten van een werknemer. De rechter besliste dat de werkgever ernstig inbreuk had gemaakt op de privacy van de werknemer nu de berichten waren doorzocht zonder dat de werkgever een concreet vermoeden had dat de werknemer in strijd handelde met zijn arbeidsovereenkomst.

De werknemer was op 1 juli 2007 bij de werkgever, S. Weisz-Uurwerken B.V. (‘Weisz’), in dienst getreden. Zijn arbeidsovereenkomst bevatte een verbod op het verrichten van nevenwerkzaamheden - onder meer het verrichten van concurrerende activiteiten - en een geheimhoudingsbepaling. Tijdens een gesprek met zijn werkgever vertelde de werknemer dat hij van plan was in dienst te treden bij een concurrent van de werkgever. Na dit gesprek verzocht de werkgever de werknemer zijn laptop in te leveren voor het verrichten van een software update. Vervolgens werd de werknemer op staande voet ontslagen omdat hij het verbod op het verrichten van nevenactiviteiten en het geheimhoudingsbeding zou hebben overtreden. De werkgever had op de laptop namelijk e-mailberichten gevonden waaruit bleek dat de werknemer vertrouwelijke bedrijfsinformatie had doorgespeeld naar de concurrerende onderneming waarbij hij in dienst wilde treden. De werknemer moest vervolgens ook zijn telefoon bij zijn werkgever inleveren, waarna de werkgever hem een tweede keer op staande voet ontsloeg wegens een andere schending van het geheimhoudingsbeding. Daarnaast heeft de werkgever aangifte gedaan bij de politie wegens bedrijfsspionage.

De werknemer, die inmiddels in dienst was getreden bij de concurrent van Weisz, is een procedure gestart tegen zijn werkgever bij de kantonrechter waarin hij onder meer schadevergoeding eist. Volgens de werknemer is er geen sprake van schending van het geheimhoudings- en nevenwerkzaamhedenbeding. Ook is de werknemer van mening dat Weisz op een zeer ernstige, flagrante en disproportionele wijze inbreuk gemaakt op zijn privacy door het doorzoeken van de (privé) berichten op zijn laptop en telefoon. De werkgever heeft de berichten van de werknemer bovendien in een procedure tegen een andere werknemer als bewijs gebruikt.

De kantonrechter van de rechtbank Amsterdam heeft in het vonnis van 12 mei 2014 de werkgever veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 7.500,- aan schadevergoeding voor het doorzoeken van de laptop en telefoon van de werknemer. De werkgever heeft, volgens de kantonrechter, met het doorzoeken van laptop en telefoon een ernstige inbreuk gemaakt op de privacy van de werknemer en daarmee onrechtmatig gehandeld jegens deze werknemer.

De kantonrechter overwoog daarbij dat de werkgever kennelijk geen concreet vermoeden had dat de werknemer in strijd handelde met zijn arbeidsovereenkomst. Daardoor was het doorzoeken van deze gegevens een ‘algemene’ zoekactie in de laptop of telefoon van de werknemer. Bovendien heeft Weisz zich toegang verschaft tot de privé e-mailaccounts en WhatsApp berichten met een privé karakter. Dit had hij volgens de kantonrechter niet mogen doen. Dat de inloggegevens van de e-mailaccounts door de computer waren bewaard waardoor de werkgever zonder de accounts te hacken toegang had tot de berichten betekent volgens de kantonrechter niet dat de werkgever de berichten mocht inzien. Het laten openstaan van de voordeur rechtvaardigt immers nog geen insluiping of diefstal, aldus de kantonrechter.

De werkgever had de laptop bovendien onder valse voorwendselen ingenomen. De werknemer werd immers voorgehouden dat hij de laptop nodig had voor het uitvoeren van een software update, terwijl dit niet het geval was. Daarenboven heeft Weisz de privé berichten van de werknemer ook gebruikt in een procedure tegen een andere werknemer, hetgeen volgens de kantonrechter nog een “extra” inbreuk op de privacy oplevert.

De kantonrechter oordeelt vervolgens dat het bewijs dat Weisz heeft verkregen met het doorzoeken van de laptop en telefoon onrechtmatig is. Dat wil echter niet zeggen volgens de kantonrechter, dat Weisz de werknemer niet had mogen ontslaan op basis van deze informatie. Ondanks dat de privacy van de werknemer ernstig is geschonden door het doorzoeken van de berichten, hoeven de resultaten van het doorzoeken van deze berichten niet buiten beschouwing te worden gelaten bij het vaststellen van de schending van de arbeidsovereenkomst door werknemer, aldus de kantonrechter. Wel veroordeelt de kantonrechter Weisz tot betaling van een schadevergoeding voor de ernstige inbreuk op de privacy van de werknemer.

Bij het doorzoeken van e-mails en andere berichten is van belang dat de werkgever handelt overeenkomstig de privacy wetgeving. De werkgever mag op grond van deze wetgeving e-mailverkeer alleen controleren indien daar een gewichtige reden voor bestaat. De werkgever dient zich zoveel mogelijk te onthouden van het inzien van privémail. De werknemers dienen bovendien op de hoogte te worden gebracht van de mogelijkheid dat hun e-mailberichten worden gecontroleerd en voor welk doel. Dit kan bijvoorbeeld worden opgenomen in een algemeen geldend internet- en e-mailprotocol. Let wel, voor het vaststellen van een dergelijk protocol is voorafgaande instemming van de OR vereist. Als een protocol ontbreekt, dienen de werknemers alsnog te worden geïnformeerd over een mogelijke controle van hun e-mails en is bovendien voorafgaand aan deze controle instemming van de OR vereist. Tevens moet de controle worden gemeld bij het College Bescherming Persoonsgegevens. De doorzochte berichten mogen daarnaast slechts worden gebruikt als bewijs voor de gewichtige reden voor deze controle en bijvoorbeeld niet in procedures tegen andere werknemers.

Denise Verdoold en Monique Hennekens