Publicaties

Wat houdt de herplaatsingsplicht in?

Geplaatst op | Publicatie

Deze vraag levert in de rechtspraak vaak discussie op. De herplaatsingsplicht komt ook aan de orde in de uitspraak van Hof Den Bosch op 18 januari 2018.

De werkgever kan de arbeidsovereenkomst opzeggen indien daar niet alleen een redelijk grond voor is, maar ook als herplaatsing binnen een redelijke termijn in een andere passende functie niet mogelijk is of niet redelijk is.

Wanneer de onderneming van de werkgever deel uitmaakt van een groep, wordt er bij de beoordeling gekeken of een passende functie beschikbaar is binnen de arbeidsplaatsen in de groep van ondernemingen. De vraag is nu: wanneer is sprake van een groep van ondernemingen? Hoe ver reikt de herplaatsingsplicht?

In de wet wordt een ‘groep van ondernemingen’ uitgelegd als een ‘economische eenheid waarin de rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch met elkaar zijn verbonden’.

Organisatorisch met elkaar verbonden

In de zaak waar het hof Den Bosch op 18 januari jl. over oordeelde, meende zij dat de werkgever geen deel uitmaakte van een groep:

  • Werkgever had geen moeder maatschappij of dochtervennootschap;
  • Er is geen sprake van centrale leiding/aansturing van de groep;
  • Er is geen gemeenschappelijke strategie voor de groep van bedrijven;
  • En de vennootschappen verrichten andere, niet vergelijkbare bedrijfsactiviteiten.

Van organisatorische verbondenheid is dan ook geen sprake, zo oordeelde het hof.

Ook een ‘economische eenheid’ is niet aan de orde in deze kwestie:

  • De vennootschap van werkgever werd niet betrokken in de consolidatie van de jaarrekening van andere vennootschappen;
  • Ook het enkele feit dat sprake was van een – relatief beperkte – geldlening van de ene aan de andere vennootschap, maakt niet dat van een ‘economische eenheid’ kan worden gesproken.

In een uitspraak van kantonrechter Roermond van 14 juni 2017 werd – in dezelfde lijn – geoordeeld dat alleen sprake is van een groep als het gaat om een groep vennootschappen waarover de werkgever zeggenschap heeft.
Herplaatsing dient ook te worden onderzocht in een buitenlandse vennootschap indien en voor zover deze tot de groep behoort, indien de werknemer daarvoor open staat.
Kantonrechter Utrecht oordeelde in de zaak Obvion/X op 9 november 2016 dat voor wat betreft de herplaatsingsmogelijkheden gekeken moet worden naar alle Rabobankorganisaties.

Het hof heeft in deze zaak weer enkele concrete aanknopingspunten geboden om te beoordelen of sprake is van een groep en hoe de herplaatsingsplicht moet worden toegepast.