Vrije artsenkeuze mag op de schop

vrijdag, 31 oktober 2014

De Raad van State adviseert de Eerste Kamer in een voorlichting dat de vrije artsenkeuze mag worden ingeperkt. Hiermee schaart de Raad zich aan de kant van de Minister van Volksgezondheid, Edith Schippers, die de vrije artsenkeuze wil afschaffen.

De Eerste Kamer verzocht de Raad van State haar voor te lichten over het wetsvoorstelWet marktordening gezondheidszorg en enkele andere wetten, teneinde te voorkomen dat zorgverzekeraars zelf zorg verlenen of zorg laten aanbieden door zorgaanbieders waarin zij zelf zeggenschap hebben” (Kamerstukken I, 33 362, 2014-2015) (“Wetsvoorstel”).

De Eerste Kamer betwijfelde of het afschaffen van de vrije artsenkeuze in strijd zou komen met Europees recht. In het bijzonder vroeg men zich af, of de met het Wetsvoorstel beoogde wijziging van artikel 13 Zorgverzekeringswet (“Zvw”) in overeenstemming zou zijn met – in het bijzonder – Richtlijn 2011/24/EU betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (“Richtlijn”).

Er is grote controverse over de beoogde wijziging van artikel 13 Zvw. De Landelijke Huisartsenvereniging (“LHV”) vindt dit bijvoorbeeld “absoluut ongewenst”. De continuïteit van zorg en de vrije artsenkeuze komen door deze aanpassing in gevaar, meent de LHV. Er zouden (onzuivere) financiële motieven kunnen ontstaan, die in strijd komen met een verantwoorde gezondheidszorg. Bovendien wordt de onderhandelingsmacht van zorgverzekeraars versterkt en wordt onvoldoende invulling gegeven aan hun informatieplicht en zorgplicht. De LHV trekt op dit punt samen op met andere zorgaanbieders, zoals de Vereniging Eerstelijns Organisaties van zorgaanbieders (“VELO”) en de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering er Geneeskunt (“KNMG”).

Op 23 oktober 2014 werd de aangehaalde voorlichting gepubliceerd. De Raad van State stelt voorop dat het Europese en het Nederlandse systeem fundamenteel uiteenlopen, waar het gaat om (de toepassing van) rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg. Het Europese systeem lijkt uit te gaan van een publiek stelsel. Het Nederlandse systeem daarentegen gaat uit van een stelsel van private verzekering met publieke randvoorwaarden. Deze divergentie brengt volgens de Raad van State spanningen met zich mee.

Dat gezegd hebbende, meent de Raad van State dat de voorgenomen wijziging van artikel 13 Zvw in overeenstemming is met de Richtlijn. Artikel 8 van de Richtlijn biedt EU lidstaten voldoende ruimte om een uitzondering te maken op het hoofdbeginsel van vrij patiëntenverkeer binnen de interne markt. De Raad van State meent daarom dat naturapolissen aan een toestemmingsvereiste onderworpen mogen worden, voor zover het gaat om:

  • vergoeding van grensoverschijdende intramurele planbare zorg; en
  • zorg waarvoor zeer gespecialiseerde en kostenintensieve medische infrastructuur of apparatuur is vereist.

De Raad van State heeft het Wetsvoorstel ook getoetst aan Verdragen, die de bescherming van fundamentele grondrechten moeten garanderen. Burgers mogen binnen de EU aanspraak maken op een basisvoorzieningenniveau van gezondheidszorg. Dit is vastgelegd inartikel 35 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie en artikelen 11 en 13 van het Europees Sociaal Handvest. Probleem is dat dit basisniveau in de Verdragen algemeen is gesteld, en niet is gekwantificeerd.

De Raad van State brengt allereerst in herinnering dat er geen beperkingen zijn bij restitutiepolissen. De verzekerde mag dan vrij kiezen. Bij naturapolissen kunnen er wel beperkingen zijn; echter zorgverzekeraars hebben in Nederland altijd hun wettelijke zorgplicht. Burgers hebben daardoor recht op vergoeding van zorg door niet-gecontracteerde zorgaanbieders, indien de door hun zorgverzekeraar gecontracteerde zorgaanbieders niet binnen een verantwoorde termijn of afstand kunnen leveren. De Raad van State signaleert verder dat bij een naturapolis ook niet-gecontracteerde eerstelijns zorg moet worden vergoed. Bovendien bestaat voor verpleging en verzorging recht op een persoonsgebonden budget. Beperkingen in de vrije artsenkeuze lijken alles overziend meestal een gevolg van keuzes door de verzekerde zelf. De Raad van State acht daarom op het punt van fundamentele rechten het vereiste basisniveau bij dit Wetsvoorstel gegarandeerd.