Vraag en antwoord: Mijn bedrijf realiseert een bouwproject. De werkzaamheden zijn bijna gereed, maar ik ben bang dat de opdrachtgever niet kan of wil betalen. Kan ik nu mijn retentierecht inroepen?

dinsdag, 15 april 2014

Het retentierecht is kort gezegd de bevoegdheid van de aannemer om een gerealiseerd bouwproject onder zich te houden totdat de opdrachtgever betaalt. Dit is in de bouw een belangrijk pressiemiddel voor aannemers. In aannemingsovereenkomsten en bestekken wordt steeds vaker het retentierecht door opdrachtgevers uitgesloten. Raadzaam is om dit eerst goed te checken. Voor het uitoefenen van het retentierecht gelden drie eisen: 1. Feitelijke macht; 2. Opeisbare vordering; 3. Voldoende verband tussen vordering en bouwwerk. 

1.    Feitelijke macht. De aannemer moet de feitelijke macht over het bouwproject uitoefenen. Dit betekent dat de aannemer ervoor moet zorgen dat de opdrachtgever het pand of de bouwplaats niet kan betreden. Dit kan bijvoorbeeld door de sloten van het pand te vervangen of door de hekken rondom de bouwplaats te laten staan. Belangrijk is verder dat de aannemer het retentierecht ook tegen derden (bijvoorbeeld de toekomstige bewoners) kan uitoefenen. Voorwaarde is dan wel dat het voor derden duidelijk moet zijn dat de aannemer het retentierecht uitoefent. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van borden op de bouwplaats of de hekken met daarop de mededeling dat het retentierecht wordt uitgeoefend.

2.    Opeisbare vordering. De aannemer kan alleen maar het retentierecht uitoefenen als de opdrachtgever de facturen niet betaalt. Wanneer de aannemer een heel sterk vermoeden heeft dat de opdrachtgever niet zal betalen, kan dit onder omstandigheden ook voldoende zijn voor het uitoefenen van het retentierecht. De hoofdregel is echter dat vast moet staan dat de opdrachtgever de facturen van de aannemer niet betaalt.

3.    Voldoende verband tussen vordering en bouwwerk. De aannemer kan het retentierecht alleen maar uitoefenen als de door de opdrachtgever onbetaald gelaten facturen betrekking hebben op het bouwwerk waarop de aannemer het retentierecht wil uitoefenen. Er moet met andere woorden een duidelijk verband zijn tussen de vordering van de aannemer en het bouwwerk waarop hij het retentierecht wil uitoefenen.

Zoals bekend worstelt de bouw al jaren met een financiële crisis. Aannemers worden steeds vaker geconfronteerd met opdrachtgevers die niet kunnen betalen of zelfs failliet gaan. Als het retentierecht op de juiste manier wordt uitgeoefend, kan dit een zeer sterk middel voor aannemers zijn.