Vraag en antwoord: Één van mijn afnemers wil een hogere korting en wil deze verrekenen met de laatste factuur. Moet ik dit accepteren?

maandag, 16 september 2013

Vraag… Eén van mijn afnemers, met wie ik al geruime tijd zaken doe op basis van een bepaald kortingspercentage, wil een hogere korting en heeft gemeld deze te zullen verrekenen met de laatste door hem ontvangen factuur. Moet ik dit accepteren? 

… en antwoord

U heeft met uw afnemer afspraken gemaakt over het kortingspercentage. Het staat uw afnemer niet vrij om eenzijdig de gemaakte afspraken te wijzigen. Over wijzigingen moet tussen partijen wilsovereenstemming bestaan. Uw afnemer is daarom gehouden de gemaakte afspraken na te komen, tenzij hij met u overeenstemming bereikt over wijziging ervan. Het juridisch antwoord op uw vraag luidt derhalve: nee, u hoeft dit niet te accepteren.

Commercieel gezien ligt de zaak lastiger en dient u een afweging te maken. Indien u niet akkoord gaat loopt u namelijk het risico een van uw afnemers te verliezen. Zeker in economische crisistijden is dat een risico dat u niet graag zult nemen. Bij acceptatie loopt u het risico dat andere afnemers zullen volgen. Een juridische procedure zal de relatie met uw afnemer geen goed doen, mogelijk reputatieschade en (extra) kosten met zich meebrengen. Indien andere leveranciers binnen uw branche geconfronteerd worden met eenzelfde probleem, is het misschien mogelijk om de belangen te bundelen, al dan niet via een brancheorganisatie.

In de jurisprudentie zijn diverse zaken (met name op het gebied van bouw en projectontwikkeling) aan de orde geweest waarin financiële en economische omstandigheden werden aangevoerd als “onvoorziene omstandigheden” op grond waarvan ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mocht worden verwacht (art. 6:258 BW). Afgezien van het feit dat de rechter zeer terughoudend dient te zijn bij het aannemen van onvoorziene omstandigheden - zeker bij contracten tussen professionele partijen – volgt uit de jurisprudentie dat een beroep op de economische crisis als onvoorziene omstandigheid doorgaans niet gehonoreerd wordt, omdat de crisis en de gevolgen daarvan tot het ondernemersrisico behoren en om die reden geacht worden in de overeenkomst te zijn verdisconteerd.