Vorst -WW

vrijdag, 26 februari 2010

Vanwege het winterse weer is het werk op de bouw in de afgelopen periode op veel plaatsen stil komen te liggen terwijl de werkgevers op grond van de CAO voor de bouwnijverheid de werknemers wel moeten doorbetalen. Deze CAO verplicht de werkgever namelijk het loon door te betalen als een werknemer door weersomstandigheden niet kan werken (de zgn. vorstverletregeling). In de WW is weliswaar een regeling opgenomen die ervoor zorgt dat werknemers recht hebben op een WW-uitkering als zij niet kunnen werken wegens bijvoorbeeld de vorstperiode maar deze regeling gold aanvankelijk niet voor de bouw omdat de CAO daaraan in de weg stond.

Onlangs hebben de bij de CAO betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties overeenstemming bereikt over aanpassing van de CAO op dit punt. Minister Donner heeft hiermee vervolgens ingestemd. De aanpassing van de CAO houdt in dat de werkgever bij onwerkbaar weer in de periode van 1 februari tot 1 april 2010 niet verplicht is het loon volledig door te betalen. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt dat werknemers die door de vorst niet kunnen werken in aanmerking komen voor een WW-uitkering. De WW-uitkering heeft voor de werknemers geen nadelige gevolgen: het dienstverband blijft bestaan, het gaat niet ten koste van opgebouwde WW-rechten, uren “vorst-WW”zijn gelijkgesteld aan gewerkte uren en de werkgever vult de uitkering aan tot 100% van het salaris. De tijdelijke regeling is op 16 februari 2010 in werking getreden met terugwerkende kracht tot 1 februari 2010. Ongeveer 2500 bouwondernemers hebben zich op dit moment gemeld bij het UWV voor de vorst-WW. Inmiddels doen ook hoveniers- en glazenwasbedrijven een beroep op de vorst-WW.

Auteur