Vingerafdrukken in het paspoort – wie kan daar tegen optreden?

vrijdag, 29 mei 2015

Op grond van de Paspoortwet moeten bij de aanvraag van een paspoort twee vingerafdrukken worden afgestaan. Als een aanvrager het niet eens is met deze voorwaarden kan hij daartegen bezwaar en beroep aantekenen. Privacy First, een organisatie die opkomt voor privacybelangen, had bezwaren tegen deze verplichting en vooral tegen de centrale opslag van vingerafdrukken, omdat dit een inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer van de aanvrager. Samen met 19 burgers heeft Privacy First in 2011 een procedure gestart tegen de Nederlandse Staat, waarbij zij onder meer wees op de onrechtmatigheid van de opslag en het inrichten van een centraal register van vingerafdrukken. De Hoge Raad heeft op 22 mei 2015 geoordeeld dat Privacy First niet ontvankelijk is in haar vorderingen.

De rechtbank Den Haag had in eerste aanleg de vorderingen van Privacy First afgewezen, omdat zij geen eigen belang had bij de zaak, maar alleen een bundeling van privacybelangen van individuen boven twaalf jaar die een paspoort aanvragen. Deze individuen kunnen volgens de rechtbank tegen de afgifte van vingerafdrukken voor een paspoort zelf in bezwaar gaan en eventueel beroep instellen bij de bestuursrechter. De vorderingen zijn daarom bij de burgerlijke rechter niet-ontvankelijk.   

Het gerechtshof Den Haag heeft in zijn arrest het vonnis van de rechtbank vernietigd en is inhoudelijk op de zaak ingegaan. Zie ons eerdere artikel hierover. 

De Hoge Raad vernietigt het arrest van het gerechtshof. Uitgangspunt van de Hoge Raad is dat een bestuursrechtelijke weg hier open staat. De aanvragers die het niet eens zijn met bepaalde voorwaarden kunnen in bezwaar gaan en beroep instellen bij de bestuursrechter. Zij kunnen niet terecht bij de burgerlijke rechter. Daarnaast heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het belang van Privacy First uitsluitend is afgeleid van de gebundelde belangen van de aanvragers van een paspoort, waardoor een eigen belang ontbreekt. 

Privacy First heeft aangegeven wellicht naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) te stappen. Dit op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), waarin het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer is vastgelegd, artikel 6 EVRM (toegang tot de rechter) en artikel 13 EVRM (effectief rechtsmiddel). 

Het gaat in deze zaak nog uitsluitend om een principiële kwestie, omdat de Paspoortwet in 2011 is aangepast, in die zin dat er geen opslag van vingerafdrukken in een centrale database zal plaatsvinden. Bovendien heeft het Europese Hof van Justitie eind 2013 al geoordeeld dat vingerafdrukken uitsluitend bewaard mogen worden in het paspoort zelf en niet in een (al dan niet centrale) database.