Verschaffer van risicodragend kapitaal met een eigen economisch belang heeft toegang tot het enquêterecht

vrijdag, 3 mei 2013

In een recent arrest van de Hoge Raad is (wederom) bevestigd dat ook een indirect aandeelhouder in een B.V. of N.V. bevoegd kan zijn tot het indienen van een enquêteverzoek bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam. Dat geldt ook indien de tussenholding een vennootschap naar buitenlands recht is.

Het indienen van een enquêteverzoek is in beginsel voorbehouden aan, kort gezegd, directe aandeelhouders of certificaathouders van een vennootschap. De strekking van het enquêterecht brengt echter mee, aldus de Hoge Raad, dat verschaffers van risicodragend kapitaal die een eigen economisch belang hebben in de vennootschap waarop het verzoek uiteindelijk betrekking heeft -en welk belang in zoverre op één lijn kan worden gesteld met het belang van een aandeelhouder of certificaathouder- ook bevoegd zijn een enquêteverzoek in te dienen. Voor de toepassing van artikel 2:346 BW dienen zij gelijk te worden gesteld met aandeelhouders of certificaathouders en zijn zij (indien aan de overige eisen is voldaan) derhalve bevoegd tot het indienen van een enquêteverzoek.

(Hoge Raad 29 maart 2013, LJN: BY7833)