Verruiming wettelijke regeling arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (voor jongeren tot 27 jaar)

dinsdag, 27 juli 2010

Werkgevers mogen jongeren tot 27 jaar gedurende de economische crisis vaker en langer op een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd laten werken. Deze tijdelijke maatregel is op 9 juli jl. in werking getreden.

Veel jongeren worden na drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd ontslagen. Dit heeft te maken met de zogenoemde ketenbepaling (artikel 7:668a BW). Op grond van deze bepaling ontstaat in geval van elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd:

  • na een periode van drie jaar of;
  • bij een vierde arbeidsovereenkomst;

een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd (mits die arbeidsovereenkomsten elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden). Bij CAO kan worden afgeweken van deze bepaling (artikel 7:668a lid 5 BW). Het doel van de ketenbepaling is het voorkomen van misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.

In deze tijden van economische crisis is de jeugdwerkloosheid echter verontrustend hoog en ook aanmerkelijk hoger dan de werkloosheid onder personen boven de leeftijd van 27 jaar. Vooral in de bouwnijverheid en industrie is gekozen voor beëindiging van de arbeidsrelatie in plaats van omzetting van een contract voor bepaalde tijd naar een contract voor onbepaalde tijd.

Door mogelijk te maken dat vaker en langer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan worden aangegaan, wordt de kans gecreëerd dat een werkgever de arbeidsrelatie met die jongere die hij al in dienst had continueert. Jongeren maken op deze manier, als de crisis voorbij is, meer kans op verlenging van de arbeidsrelatie.

Gelet op bovenstaande overwegingen wordt bij deze wettelijke maatregel een verruiming van de ketenbepaling gerealiseerd, door tijdelijk mogelijk te maken dat voor jongeren tot 27 jaar na een periode van 48 maanden of bij de vijfde opeenvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. Anders gezegd er is vier keer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mogelijk binnen 48 maanden.

Met het oog op de huidige economische crisis betreft het een tijdelijke maatregel tot 1 januari 2012. Als de economische crisis daarna nog aanhoudt, kan de maatregel worden verlengd tot uiterlijk 1 januari 2014.

De maatregel geldt voor werknemers jonger dan 27 jaar die op het moment van inwerkingtreding van de maatregel (9 juli 2010) op grond van de ketenbepaling nog geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben. Dit betekent dat aan deze jongeren een vierde opeenvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd kan worden aangeboden zonder dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat (dat ontstaat pas na 48 maanden of bij het vijfde contract).

De leeftijdsgrens van 27 jaar geldt niet alleen voor het moment waarop de eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt aangegaan, maar ook voor het moment waarop verlenging plaatsvindt. Bij het bereiken van de leeftijd van 27 jaar houdt de werking van de onderhavige maatregel op en valt de werknemer weer onder de huidige ketenbepaling. Hierop is in de wet wel een uitzondering gemaakt voor werknemers die op het moment dat zij 27 jaar worden meer dan drie jaar of meer dan drie opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd hebben. Dit vierde contract kunnen zij binnen 48 maanden uitdienen, zonder dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaat. Dit laatste geldt ook indien de regeling per 1 januari 2012 vervalt (of later ingeval van verlenging tot uiterlijk 1 januari 2014). Werknemers die dan in het vierde contract zitten of de periode van 36 maanden hebben gepasseerd, krijgen op dat moment geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, maar pas bij het vijfde contract of na afloop van de periode van 48 maanden.

Tot slot verdient nog aandacht dat bij CAO kan worden afgeweken van deze bepaling (artikel 7:668a lid 5 BW). In veel CAO’s gebeurt dat al. Ook onder de nieuwe wet blijft deze mogelijkheid bestaan. Indien echter in de CAO de oude wettekst wordt herhaald – er staat in de CAO expliciet drie contracten binnen drie jaar vermeld – dan wordt deze bepaling als een afwijking van de nieuwe wet gezien en is het dus niet mogelijk om bij jongeren tot 27 jaar die onder deze CAO vallen vier contracten binnen 48 maanden aan te gaan.