Vermogenstoename van echtgenoten delen of niet?

woensdag, 18 maart 2015

Het Hof Arnhem-Leeuwarden (27 januari 2015, nummer 200.139.122) kreeg de echtscheidingszaak te beoordelen, waarbij er sprake was van een huwelijk onder uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen, vastgelegd in huwelijksvoorwaarden. Tijdens het huwelijk hadden de man en de vrouw een woning gekocht. De woning werd in gezamenlijke eigendom verkregen.

Het bijzondere was dat de koopprijs van de woning geheel werd voldaan met gelden die de man had geërfd (met uitsluitingsclausule). Hij had dus uit zijn eigen afgescheiden vermogen de woning volledig betaald. In dit soort gevallen heeft de man dan een recht op de vrouw verkregen tot vergoeding van zijn investering.

De man vond het redelijk dat hij niet alleen de door hem uit zijn privévermogen betaalde koopsom terug zou ontvangen, maar ook de waardevermeerdering, die de woning na aankoop had gekend. De man maakte in feite dus aanspraak op een bedrag gelijk aan de waarde van de woning bij echtscheiding.

De vrouw stelde zich op het standpunt dat de man echter alleen recht had op het bedrag van de koopsom en dat de waardevermeerdering, die de woning sindsdien had doorgemaakt, gedeeld moest worden. De woning was immers gezamenlijk eigendom.

Het hof stelde de vrouw in het gelijk. De woning werd immers aangekocht voor 1 januari 2012. Tot die datum gold de zogenaamde nominaliteitsleer. Met name omdat de woning ten name van partijen tezamen was gesteld, zag het hof hier geen onevenwichtigheid.

Voor transacties vanaf 1 januari 2012 geldt de beleggingsleer. Volgens de nominaliteitsleer heeft de man alleen recht op het nominale bedrag van de destijds door hem betaalde koopsom. Volgens de beleggingsleer heeft hij ook recht op het rendement van zijn ‘belegging’, ook al is belegd in een gezamenlijke woning.

Is er dus sprake van aankoop van duurzame goederen, zoals een woning, waarbij de koopsom is betaald uit het privévermogen van één van de echtgenoten en heeft dit vóór 1 januari 2012 plaatsgevonden, dan geeft het bovenstaande de consequenties weer. Ook als er sprake is van gemeenschap van goederen. Als de echtgenoten dit willen, zouden hierover nu nog nadere afspraken kunnen worden gemaakt en zou bijvoorbeeld de beleggingsleer alsnog van toepassing kunnen worden verklaard (als er huwelijksvoorwaarden van toepassing zijn: afhankelijk van de inhoud daarvan).

Belangrijk: de bovenstaande discussie speelt niet alleen bij echtscheiding, maar ook bij ontbinding van het huwelijk door overlijden.

Wilt u meer weten? Neem dan vrijblijvend contact op.

Auteur