Verjaring van een recht van overpad : goede trouw?

woensdag, 14 april 2010

In de praktijk spelen met regelmaat vraagstukken over verjaring. Vaak blijkt pas na vele jaren dat een situatie niet overeenstemt met – kort gezegd – de inschrijving bij het Kadaster. De vraag rijst dan of een beroep kan worden gedaan op verkrijgende verjaring.

Van verkrijgende verjaring kan sprake zijn na 10 jaar indien de bezitter te goeder trouw is en na 20 jaar indien de bezitter niet te goeder trouw is.

In de zaak die leidde tot de uitspraak van de Hoge Raad van 5 februari 2010 speelde het volgende. Bij de verkoop van een perceel grond werd overeengekomen dat de koper een recht van overpad kreeg over het perceel van de verkoper. De verkoop vond plaats in oktober 1983. Door een fout van de notaris is deze erfdienstbaarheid tot vestiging van het voetpad niet gevestigd. In de procedure bij de Hoge Raad staat de vraag centraal of de koper te goeder trouw was.

Het “bezit” van het voetpad (waar in de praktijk nog wel eens discussie over gevoerd kan worden) staat hier niet ter discussie. De Hoge Raad oordeelt dat maatgevend is of de koper in 1983 te goeder trouw was. Dit was het geval. Het Gerechtshof had vastgesteld dat de particuliere koper niet behoefde op te merken dat de notaris een fout in de akte had gemaakt. Nu de koper op dat moment te goeder trouw was bleef hij te goeder trouw.

Een wetswijziging per 1 januari 1992 kon de verkoper dan ook niet meer baten. Hij was toen immers al te goeder trouw. Per 1 januari 1992 bepaalt de wet dat geen sprake is van goede trouw indien het gaat om feiten die na raadpleging van de kadastrale registers bekend zouden zijn geweest. Een erfdienstbaarheid wordt in de registers ingeschreven zodat deze kenbaar is.. Hierover valt in deze zaak overigens ook nog wel discussie te voeren. Wanneer had de koper dit kunnen nagaan bij het Kadaster? Hij mocht er immers vanuit gaan dat de erfdienstbaarbeid door de notaris zou worden gevestigd en die erfdienstbaarheid was op dat moment nog niet ingeschreven. En : eenmaal te goeder trouw blijft te goeder trouw.

De rechtsopvolger van de koper kon dan ook ongestoord gebruik blijven maken van het voetpad. De fout van de notaris bleef hier verder zonder gevolgen.