Vereffening / Turboliquidatie of faillissement?

donderdag, 30 juli 2015

Faillissementen van lege vennootschappen zijn veel curatoren en rechtbanken een doorn in het oog. In het geval al sprake is van een lege vennootschap zou namelijk de weg van het ontbinden en vereffenen van een vennootschap óf de weg van de zogenaamde “turboliquidatie” zou moeten worden bewandeld in plaats van het aanvragen van een faillissement. Maar wat is het dan precies, zo’n vereffening of turboliquidatie? En wie is daarvoor verantwoordelijk?

De weg van de ontbinding en de vereffening houdt in dat de vennootschap wordt ontbonden, waarna een wettelijke vereffeningsprocedure volgt. In dat geval worden over het algemeen één of meer vereffenaars aangesteld. Dat zijn vaak de personen die ook bestuurders van de vennootschap waren. De bestuurders dragen zorg voor het voldoen van alle schulden en het volledig beëindigen van alle rechtsverhoudingen van de vennootschap. Dat is geregeld in artikel 2:23 BW. Op het moment dat de vereffeningswerkzaamheden zijn afgerond, wordt een rekening en verantwoording en een plan van verdeling opgesteld. Indien daartegen geen bezwaar wordt gemaakt door de crediteuren, gaan de vereffenaars over tot uitkering van het saldo en houdt de rechtspersoon daarna op te bestaan. Let wel: indien het de vereffenaar blijkt dat de schulden de baten vermoedelijk overtreffen, is hij verplicht het faillissement aan te vragen, tenzij de crediteuren instemmen met afdoening buiten faillissement (artikel 2:23 lid 4 BW). 

Een zogenaamde “turboliquidatie” is mogelijk indien er op het moment van ontbinding van de vennootschap geen bekende baten meer zijn. De rechtspersoon houdt dan direct op te bestaan zonder dat een vereffeningsprocedure hoeft te worden gevolgd. Dat is geregeld in artikel 2:19 lid 4 BW. Het bestuur kan dan voorafgaand aan de ontbinding van de vennootschap alle noodzakelijke vereffeningshandelingen al verrichten.

Indien u een vennootschap wenst te beëindigen, zijn er dus meerdere mogelijkheden met bijbehorende voor- en nadelen. Zo heeft het aanvragen van het faillissement (onder andere) als voordeel dat de werkzaamheden die gepaard gaan met de vereffening van de vennootschap worden verricht door een curator. Wel is het zo dat u in geval van faillissement als bestuurder aan de curator verantwoording zult moeten afleggen over het door u als bestuurder gevoerde beleid. Gelet op dit laatste kan de weg van ontbinding en vereffening (of een turboliquidatie) de voorkeur verdienen, waarbij wel dient te worden opgemerkt dat ook een vereffenaar aansprakelijk kan worden gesteld als hij zijn taak niet naar behoren vervult.

Het antwoord op de vraag of het aanvragen van een faillissement de beste weg is om te bewandelen of het volgen van de normale vereffeningsprocedure (of een turboliquidatie), verschilt van geval tot geval. Indien u hierover advies wilt, kunt u zich vanzelfsprekend wenden tot de advocaten van de sectie Insolventierecht van BANNING. Zij kunnen specifiek op uw situatie toegespitst aangeven welke van de genoemde opties de voorkeur verdient en wat de aan die optie verbonden voor- en nadelen zijn.