Verboden staatssteun leidt niet zonder meer tot nietigheid overeenkomst

donderdag, 3 juli 2014

Indien met een civielrechtelijke rechtshandeling staatssteun wordt verleend zonder dat de staatssteun is gemeld, dan is het de vraag wat de privaatrechtelijke gevolgen daarvan zijn. Het antwoord op deze vraag is niet te vinden in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en daarmee dus overgelaten aan de nationale rechter. In een interessante uitspraak van 4 juni 2014 heeft de rechtbank Noord-Nederland geoordeeld dat ongeoorloofde staatssteun niet (altijd) hoeft te leiden tot nietigheid van een (koop)overeenkomst. Een beroep op ongeoorloofde staatssteun was in de betreffende zaak derhalve geen succesvol wapen om onder een onwelgevallige overeenkomst uit te komen.

Feiten
Op 2 juni 2005 heeft de gemeente Harlingen vier bouwvlekken verkocht en geleverd aan de projectontwikkelaar Ludinga Vastgoed B.V. De verkoopprijs bedroeg € 793.170. Op dezelfde dag heeft Ludinga de onverdeelde helft in eigendom geleverd aan de woningcorporatie Accolade tegen een koopprijs van  € 3.822.700. Op deze locaties zou Accolade appartementencomplexen ontwikkelen. Tussen Ludinga en Accolade is verder overeengekomen dat op het moment dat één bouwvlek door Accolade in ontwikkeling wordt genomen Accolade het gehele juridisch eigendom verwerft.

Accolade besluit echter niet over te gaan tot ontwikkeling van deze bouwvlekken en wenst van de overeenkomst met Ludinga af te komen. Met een beroep op ongeoorloofde staatssteun vordert Accolade een verklaring voor recht dat de levering en aan de levering ten grondslag liggende gesloten koopovereenkomst tussen de gemeente en Ludinga nietig is. Daardoor zou ook de levering van de onverdeelde helft aan Accolade en aan die levering ten grondslag liggende koop niet rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Ter onderbouwing hiervan voert Accolade aan dat de door de gemeente in rekening gebrachte koopprijs voor de vier bouwvlekken niet marktconform is en de gemeente derhalve verboden staatssteun heeft verleend aan Ludinga.

Oordeel rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat Accolade in haar betoog er onterecht vanuit gaat dat verboden staatssteun automatisch leidt tot nietigheid van een overeenkomst. Indien komt vast te staan dat verboden staatssteun is verleend, zullen maatregelen getroffen moeten worden waarmee de mededingingssituatie kan worden hersteld. In ieder geval zal het genoten voordeel moeten worden terugbetaald. Dit kan worden bereikt door de nietigverklaring van rechtshandelingen. Dit betekent echter niet dat een nationale rechter (in alle gevallen) verplicht is om een overeenkomst integraal nietig te verklaren.

In deze zaak spreekt de rechter zich niet uit over de vraag of de gemeente verboden staatssteun heeft verleend. Wel overweegt de rechter dat indien de gemeente verboden staatssteun zou hebben verleend aan Ludinga, dan slechts sprake is van partiële nietigheid van de koopovereenkomst. Daarbij past de rechtbank de volgende redenering toe. Overdracht van een goed vereist een beschikkingsbevoegde, een levering en een geldige titel. Indien de overeenkomst nietig wordt verklaard, valt de geldige titel weg. Dit zou tot gevolg hebben dat de koper (Ludinga) nooit eigenaar is geweest van de aangekochte gronden. Deze situatie acht de rechtbank niet wenselijk en op grond van de staatssteunregels ook niet vereist. De mededingingssituatie kan namelijk worden hersteld door de nietig verklaring van (slechts) de verkoopprijs. Het is immers de verkoopprijs die elementen van staatssteun bevat. Zodoende kan de koopovereenkomst in stand blijven, maar zal Ludinga wel het genoten voordeel dienen terug te betalen.

Residex
Deze uitspraak komt niet geheel als een verrassing. De rechtbank heeft aansluiting gezocht bij het Residex-arrest van het Europese Hof van Justitie (Hof) uit 2011. In dit arrest heeft het Hof zich uitgesproken over de vraag welke gevolgen ongeoorloofde staatssteun heeft voor contractuele afspraken. Het Hof stelt voorop dat de mededingingssituatie van vóór de uitkering van de betrokken steun moet worden hersteld. Daarbij hebben nationale rechterlijke instanties de bevoegdheid – en dus geen verplichting – om een overeenkomst nietig te verklaren.

Voor de praktijk van gebiedsontwikkeling is deze uitspraak van belang. Indien een beroep op ongeoorloofde staatssteun noodzakelijkerwijs zou leiden tot nietigheid van de gehele (koop)overeenkomst, dan heeft dat grote gevolgen voor de rechtszekerheid. Dit speelt met name een rol bij grote, complexe projectontwikkelingen waarbij de marktconformiteit van het geheel aan (grond)transacties niet altijd eenvoudig is vast te stellen. Daarbij kan de meer principiële vraag worden gesteld of het een goede ontwikkeling zou zijn, indien een contractspartij met een beroep op de staatssteunregels onder een achteraf bezien onwelgevallige overeenkomst uit kan komen.