Veelgestelde vragen over toepassing mededingingsregels in de motorvoertuigensector

donderdag, 27 september 2012

De Europese Commissie heeft recentelijk een document gepubliceerd waarin veelgestelde vragen met antwoorden over toepassing van de mededingingsregels in de motorvoertuigensector zijn opgenomen. Het document bevat vragen die de Europese Commissie veel heeft ontvangen of die anders van breder belang zijn.

Achtergrond
De auto-industrie kent sinds lange tijd aparte Europese concurrentieregels. Na een uitgebreide evaluatie heeft de Europese Commissie in 2010 besloten dat deze specifieke regels deels kunnen worden afgeschaft. Dit heeft tot gevolg dat de algemene mededingingsregels van toepassing worden. De verkoop van nieuwe motorvoertuigen zal geen apart regime meer kennen. Er geldt een overgangsperiode tot 2013. Voor overeenkomsten met betrekking tot reserveonderdelen, herstel- en onderhoudsdiensten geldt vanwege mogelijk gebrek aan concurrentie op deze markt sinds juni 2010 nog wel een nieuwe (aparte) groepsvrijstelling. Voor deze activiteiten blijft dus deels een apart regime gelden.

De Europese Commissie heeft sinds ze het nieuwe kader voor de motorvoertuigensector heeft goedgekeurd verschillende vragen ontvangen. Deze vragen heeft ze nu gebundeld in het document veelgestelde vragen.

De veelgestelde vragen
De vragen en antwoorden leggen uit hoe de Europese Commissie aankijkt tegen een aantal verschillende onderwerpen. De veelgestelde vragen zijn niet bedoeld ter vervanging van de bestaande richtsnoeren, maar geven een aanvulling. Het document is onderverdeeld in zes categorieën: (1) het toekennen van garanties, (2) services in het kader van leasing overeenkomsten, (3) het leveren van reserveonderdelen, (4) het gebruik en de inkoop van elektronische apparatuur, (5) toegang tot technische informatie en (6) toegang tot erkende netwerken. Er wordt in het document dus speciale aandacht besteed aan de vervolgmarkten, waar mogelijk minder concurrentie plaatsvindt.

KIA
De rechtbank Amsterdam[1] heeft recent vonnis gewezen in een zaak waarin verschillende onderwerpen uit het document veelgestelde vragen van de Europese Commissie aan bod komen. Het betrof een geschil tussen KIA MOTORS NEDERLAND B.V. en een aantal voormalig erkende reparateurs over het onderhoud en reparatie van KIA-motorvoertuigen door onafhankelijke reparateurs.

De onafhankelijke reparateurs stelden ondermeer dat het door KIA gehanteerde distributiestelsel op verschillende gronden inbreuk maakt op het kartelverbod. KIA zou daarnaast misbruik maken van haar machtspositie. Kern van het geschil is dat de reparateurs van mening zijn dat onafhankelijke reparateurs worden benadeeld door KIA ten opzichte van erkende reparateurs. Alle vorderingen van de reparateurs zijn echter afgewezen. De rechtbank oordeelde ondermeer dat – in tegenstelling tot wat de reparateurs stelden – niet is gebleken dat de klant zijn garantie verspeelt als hij het onderhoud van zijn KIA-motorvoertuig door een onafhankelijke reparateur laat verrichten. Evenmin worden de onafhankelijke reparateurs in hun concurrentie met erkende reparateurs beperkt. Voorts hebben de onafhankelijke reparateurs niet (gemotiveerd) betwist dat de meerprijs die zij moeten betalen voor reserveonderdelen in vergelijking met erkende reparateurs, een vergoeding voor gemaakte kosten betreft. De rechtbank concludeert dat niet geoordeeld kan worden dat de door de onafhankelijke reparateurs gestelde kenmerken van het distributiestelsel tot gevolg hebben dat de mogelijkheid voor de onafhankelijke reparateurs om te concurreren met erkende reparateurs wordt beperkt. Tevens kan niet worden geoordeeld dat KIA misbruik maakt van een dominante positie.

De KIA zaak laat zien dat de veelgestelde vragen van de Europese Commissie actuele onderwerpen behandelt.

[1] Rechtbank Amsterdam 25 juli 2012, LJN BX 6431