Vaste werknemers ontslaan en flexwerkers inhuren: mag dat?

vrijdag, 26 april 2013

De zaak Sierafor (her)opent de discussie over dit onderwerp.
Er wordt zelfs voorgesteld om een noodwet te introduceren tegen het vervangen van vaste arbeidskrachten door Poolse werknemers. Minister Asscher is daar tegen: hij wil geen ‘paniekvoetbal’ spelen.

De feiten in het kort.
Sierafor is een groothandel in bloemen en planten. Eind 2012 besluit Sierafor de productie uit te besteden aan Ruigrok Productie B.V., die - anders dan Sierafor - niet onder de CAO voor de Groothandel Bloemen en Planten valt. Voor de 47 werknemers die het productiewerk bij Sierafor verrichten, zijn ontslagvergunningen aangevraagd bij het UWV WERKbedrijf. De machinale boekettenproductie was vooral 90% al op contractbasis aan Ruigrok Productie B.V. uitbesteed.

Diverse media vermelden dat terwijl de productiemedewerkers in de kantine te horen kregen dat zij zouden worden ontslagen, goedkopere arbeidskrachten hun werk al aan het overnemen waren.
Is hier sprake van uitbesteding of van een schijnconstructie waardoor vaste medewerkers worden vervangen door flexibele medewerkers?

Sierafor beroept zich op de Beleidsregels Ontslagtaak UWV WERKbedrijf (hoofdstuk 7, paragraaf 5), die het mogelijk maakt om een ontslagvergunning te krijgen indien werkzaamheden worden uitbesteed aan ‘echte zelfstandigen’.
Sierafor stelt dat het resterende productiewerk aan Ruigrok Productie B.V. wordt uitbesteed aan een echte ‘zelfstandige’. Deze keuze behoort toe aan de ondernemersvrijheid. Op grond van de Beleidsregels dient in dat geval toestemming voor ontslag te worden verleend.

Het UWV WERKbedrijf stelt echter dat, omdat Ruigrok Productie B.V. met uitzendkrachten/flexibele arbeidskrachten werkt, een andere toets geldt.
Namelijk de toets als vastgelegd in paragraaf 6 van hoofdstuk 7 van de Beleidsregels Ontslagtaak UWV WERKbedrijf. Doel en strekking van paragraaf 6 is volgens het UWV WERKbedrijf ‘om te voorkomen dat vast personeel bijvoorbeeld uit kostenoverweging wordt vervangen door flexibel personeel’. Reden voor UWV WERKbedrijf om de ontslagvergunningen te weigeren.

Vervolgens heeft Sierafor voor de werknemers die niet instemden met een ontslag, ontbindingen verzocht bij de kantonrechter te Leiden. De kantonrechter interpreteert de Beleidsregels Ontslagtaak UWV WERKbedrijf anders dan UWV WERKbedrijf.

De kantonrechter oordeelt dat Ruigrok Productie B.V. niet is aan te merken als een ‘schijnzelfstandige’. Daarmee staat het een werkgever volgens de beleidsregels vrij om werk uit te besteden.
De kantonrechter omzeilt de discussie over de interpretatie van paragraaf 6 (vast personeel gaat voor flexibel personeel), stellende dat Ruigrok Productie B.V. een gecertificeerde onderneming zou zijn, Ruigrok Productie B.V. niet zou werken met uitzendkrachten en Ruigrok Productie B.V. zich zou houden aan de bepalingen van de Wet Minimumloon. Echter, de uitspraak vermeldt niet hoe de kantonrechter heeft gecontroleerd of wel of niet sprake is van uitzendkrachten/flexibel personeel.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomsten, zonder toekenning van enige vergoeding. Immers, Sierafor zou in een zeer slechte financiële positie verkeren. De financiële positie staat in ieder geval niet meer ter discussie: Sierafor is 5 dagen vóór de uitspraak van de kantonrechter al in staat van faillissement gesteld.

Conclusie
UWV WERKbedrijf neemt een schijnconstructie aan, terwijl de kantonrechter oordeelt dat sprake is van een reguliere uitbesteding.

Het ontslaan van vaste werknemers en het tegelijkertijd uitbreiden of ongemoeid laten van de flexibele medewerkers, wordt aan strikte voorwaarden getoetst door het UWV WERKbedrijf. Die voorwaarden worden door UWV WERKbedrijf strikt uitgelegd.

Het is dus zaak om vóór het indienen van een ontslagaanvraag te anticiperen op deze discussie. Het ontslaan van vaste werknemers en het vervangen door flexmedewerkers heeft een sterke aandacht van het UWV WERKbedrijf. Net als bij iedere ontslagaanvraag om bedrijfseconomische redenen, moet in een dergelijk geval worden beoordeeld of het voor een doelmatige bedrijfsvoering noodzakelijk is dat de arbeidsplaatsen van vaste medewerkers komen te vervallen.