Uitspraak Hoge Raad: Procesrecht

vrijdag, 22 september 2017

Procesrecht; beslag- en executierecht; dwangsom. Executiegeschil; kort geding ingeleid door deurwaarder (art. 438 lid 4 Rv) over de vraag of dwangsommen zijn verbeurd. Is de veroordeling waaraan de dwangsom is verbonden, wegens derdenbeslag onder de veroordeelde niet vatbaar voor gedwongen tenuitvoerlegging? Art. 475 lid 1 en art. 475h lid 1 Rv. Schuldeisersverzuim (HR 13 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV2629, NJ 2012/445; HR 31 mei 1991, ECLI:NL:HR:1991:ZC0254, NJ 1992/261). Benelux-Overeenkomst houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom (Trb. 1974, 6); BenGH 5 juli 1985, ECLI:NL:XX:1985:AB9133, NJ 1986/19; BenGH 12 februari 1996, ECLI:NL:XX:1996:AC2380, NJ 1996/344; BenGH 30 september 2010, ECLI:NL:XX:2010:BO2939, NJ 2013/350. Proceskostenveroordeling met toepassing van art. 237 Rv mogelijk in deurwaarderskortgeding?

ECLI:NL:HR:2017:2455, 22 september 2017, nr. 16/04062

Klik hier voor de volledige uitspraak. 

Auteur