Uitspraak Hoge Raad: geen aftrek btw bij misbruik recht

dinsdag, 14 februari 2012

De Hoge Raad heeft 10 februari jl geoordeeld dat in het geval van ingewikkelde constructies die zijn opgezet om minder belasting te betalen dan volgens de wet de bedoeling is (ook aangeduid als fraus legis of misbruik van recht), geen aanspraak kan worden gemaakt op het recht van aftrek van btw.

Achtergrond

De belanghebbende in deze zaak is een BV die roerende zaken aanschaft en aan een ziekenhuis verhuurt (naar mag worden aangenomen gaat het om ziekenhuisapparatuur). De BV vraagt aftrek (in de vorm van teruggaaf) van de btw die aan haar voor deze aanschaf in rekening gebracht wordt. Voor de verhuur moet de BV aan het ziekenhuis btw in rekening brengen. Een ziekenhuis heeft geen recht op aftrek of teruggaaf van btw die in rekening wordt gebracht. Bij de aanschaf van apparatuur is een ziekenhuis dus in een keer 19% btw over de aanschafprijs ‘kwijt’. Bij huur van apparatuur betaalt het ziekenhuis niet-aftrekbare btw over de huurprijs, die uiteraard veel lager is dan de aanschafprijs. Flink voordeel ontstaat indien de huur na korte tijd vrij van btw kan worden gemaakt. De aandelen van de BV zijn in handen van een stichting. In het bestuur van deze stichting zit de adjunct-directeur van het ziekenhuis. De directeur van de BV is tevens stafmedewerker van het ziekenhuis. De BV heeft de aanschaf van de roerende zaken gefinancierd met een renteloze lening van het ziekenhuis, met daaraan verbonden een pandrecht ten behoeve van het ziekenhuis als geldlener. Partijen (de BV, de stichting en het ziekenhuis) hadden het voornemen om de aandelen in de BV na vijf jaar over te dragen aan het ziekenhuis, waardoor de BV en het ziekenhuis een zogeheten fiscale eenheid zouden gaan vormen. Vanaf dat moment zou de verhuur van de zaken aan het ziekenhuis verder vrij van btw zijn. De zaak draait om de vraag of de BV recht heeft op aftrek (in dit geval teruggaaf) van de btw die aan haar in rekening is gebracht bij de aanschaf van de onroerende zaken,. De Inspecteur heeft de teruggaafverzoeken bij beschikking afgewezen. De BV heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Procedure bij Rechtbank, Hof en Hoge Raad

Rechtbank Haarlem heeft beslist (LJN BB7712) dat de roerende zaken btw-technisch niet aan de BV zijn geleverd maar aan het ziekenhuis, en heeft het beroep van de BV ongegrond verklaard. Het hof Amsterdam was van oordeel (LJN BG5059) dat de roerende zaken wel aan de BV zijn geleverd en dat zij de zaken heeft verhuurd aan het ziekenhuis. In principe bestaat dus recht op aftrek/teruggaaf van btw, aldus het hof. Toch kwam het hof tot het oordeel dat het verzoek om teruggaaf moest worden afgewezen. Het hof oordeelde namelijk dat de door de partijen gekozen constructie misbruik van recht vormt en dat dit meebrengt dat het recht op aftrek/teruggaaf vervalt. De BV heeft beroep in cassatieberoep ingesteld.

Advocaat-generaal M.E. van Hilten heeft op 1 oktober 2009 geconcludeerd tot aanhouding van de zaak in afwachting van de prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie in Weald Leasing Ltd (C-103/09). Dit arrest is op 22 december 2010 door het Hof van Justitie van de Europese Unie gewezen.

Uitspraak van de Hoge Raad

De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond. Volgens de Hoge Raad staat het een belastingplichtige vrij de voor hem voordeligste weg te kiezen. Die vrijheid gaat echter niet zo ver dat, met het doel van belastingontwijking, met succes een kunstmatige weg zonder enig reëel belang kan worden gekozen die ertoe leidt dat in strijd met doel en strekking van de wet minder belasting wordt betaald. Het recht op aftrek/teruggaaf van btw, dat in deze zaak aan de orde is, vloeit voort uit de Zesde BTW-Richtlijn van de Europese Unie. Naar het oordeel van de Hoge Raad brengt echter ook het recht van de Europese Unie mee dat in geval van misbruik van recht geen beroep kan worden gedaan op rechten die voortvloeien uit Europese regelgeving.
De Hoge Raad oordeelt verder dat het recht op aftrek/teruggaaf mag worden geweigerd voor elke transactie waarvan vast staat dat zij aangegaan is in het kader van het vastgestelde misbruik van recht. Dit ongeacht wie van de bij het misbruik betrokken partijen het misbruik heeft gepleegd en ongeacht wie van het beoogde belastingvoordeel (het meest) heeft geprofiteerd.

In deze zaak heeft het hof Amsterdam geoordeeld dat sprake was ven een samenstel van handelingen dat uitsluitend erop gericht was om in strijd met doel en strekking van de wet belastingvoordeel te verkrijgen. Dat enkele handelingen – de overdracht van de aandelen in de BV aan het ziekenhuis en de vorming van een fiscale eenheid tussen de BV en het ziekenhuis - nog niet waren verricht op het moment dat de Inspecteur moest beslissen over de teruggaaf, doet hieraan niet af omdat ook deze handelingen van meet af aan waren voorzien.

Gevolgen van deze uitspraak

Het cassatieberoep is verworpen. Dat betekent dat de teruggaaf van omzetbelasting die belanghebbende voor de betreffende periode in rekening is gebracht over de aanschaf van de ziekenhuisapparatuur terecht is geweigerd. Het beoogde voordeel, te weten dat de BV na vijf jaar vrij van btw verder kon verhuren, is op deze wijze ongedaan gemaakt.

Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Hoge Raad van 10 februari 2012. Bij een verschil tussen deze samenvatting en de uitspraak is de uitspraak beslissend.

(Bron: www.rechtspraak.nl)

Gerelateerd aan

Sectoren

Zorg

Auteur