Uitleners, let op voor StiPP!

donderdag, 1 december 2016

Na lange tijd van onduidelijkheid heeft de Hoge Raad op 4 november 2016 de knoop doorgehakt: de allocatiefunctie is geen voorwaarde om te kunnen spreken van een uitzendovereenkomst. Als gevolg daarvan zal in de praktijk sneller sprake zijn van een uitzendovereenkomst.

Dit arrest kan vergaande gevolgen hebben voor de praktijk, omdat de Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP) actief op uitleners ‘jaagt’. Door de ruime uitleg die de Hoge Raad geeft aan de uitzendovereenkomst, zullen in de prakijk meer werkgevers onder de werkingssfeer van dit pensioenfonds vallen.

De ruime uitleg van de uitzendovereenkomst biedt echter ook voordelen voor werkgevers, aangezien een “gunstig werkgeversregime” met betrekking tot het ontslagrecht van toepassing is op werkgevers in de uitzendbranche. Nu de Hoge Raad eindelijk duidelijkheid heeft geschept, vallen hieronder mogelijk ook andere driehoeksrelaties, zoals payrolling en detachering.

In dit artikel wordt nader ingegaan op dit arrest en de gevolgen daarvan voor de praktijk.

Feiten

Care4Care is een bedrijf dat zich bezighoudt met het detacheren van medisch specialistisch personeel aan opdrachtgevers, zoals ziekenhuizen, zorginstellingen en thuiszorgorganisaties.

StiPP is een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds. Werkgevers zijn verplicht zich bij dit pensioenfonds aan te sluiten als zij onder de werkingssfeer vallen: indien zij voor ten minste 50 procent van de loonsom op jaarbasis uitzendkrachten ter beschikking stellen aan derden in de zin van artikel 7:690 BW. StiPP meende dat Care4Care onder deze werkingssfeer viel en heeft haar daarom bij StiPP aangesloten. Care4Care heeft daartegen bezwaar gemaakt, maar StiPP heeft dat bezwaar afgewezen.

In de onderhavige procedure heeft Care4Care zich op het standpunt gesteld dat zij niet onder de werkingssfeer van StiPP valt, omdat zij geen allocatiefunctie vervult. De allocatiefunctie betreft het actief bij elkaar brengen van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt van werk van tijdelijke aard, zoals vervanging van werknemers tijdens ziekte of andere afwezigheid, het opvangen van piekuren of soortgelijke plotseling opkomende werkzaamheden.

Volgens StiPP is de allocatiefunctie niet vereist om te kunnen spreken van uitzenden en valt Care4Care daarom wel onder de verplichtstelling van haar pensioenfonds.

Allocatiefunctie voorwaarde voor uitzendovereenkomst?

Op grond van artikel 7:690 BW is sprake van een uitzendovereenkomst in geval van:

  1. een werkgever;
  2. die in het kader van beroep of bedrijf;
  3. een werknemer ter beschikking stelt aan een derde om;
  4. krachtens een door de derde aan de werkgever verstrekte opdracht;
  5. arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde.

Uit de letterlijke wettekst blijkt dus niet dat is vereist dat de werkgever een allocatiefunctie vervult. In de rechtspraak werd dit echter met regelmaat wel als vereiste gesteld, met een beroep op de wetsgeschiedenis. In de praktijk leidde de wisselende rechtspraak tot grote onduidelijkheid en rechtsonzekerheid. Zo ook voor Care4Care: in eerste aanleg oordeelde de rechter dat een allocatiefunctie vereist is en werden de vorderingen van StiPP afgewezen. In hoger beroep oordeelde het Hof daarentegen dat géén allocatiefunctie vereist is en kreeg StiPP alsnog gelijk.

Aan deze onduidelijkheid en tegenstrijdige rechtspraak heeft de Hoge Raad nu een einde gemaakt.

Arrest Hoge Raad

De Hoge Raad schaart zich achter het standpunt van StiPP en beslist dat geen andere voorwaarden gelden dan zijn opgenomen in artikel 7:690 BW. Van een verplichte allocatiefunctie is dan ook geen sprake.

De Hoge Raad waarschuwt er in het arrest expliciet voor dat deze ruime uitleg van de uitzendovereenkomst mede tot gevolg heeft dat de voordelen van de uitzendovereenkomst ook van toepassing zijn op andere driehoeksrelaties dan de ‘klassieke’ uitzendrelaties (zoals payrollwerkgevers en detacheerders).

Uitzendwerkgevers kunnen bijvoorbeeld afwijken van de reguliere ontslagbescherming en de CAO’s in de uitzendbranche (ABU, NBBU) kennen een ruimere ketenregeling. De Hoge Raad verwijst naar de wetgever om desgewenst grenzen te stellen aan de ruime uitleg van de uitzendovereenkomst.

Gevolgen voor de praktijk

Kortom, de uitzendovereenkomst moet ruim worden uitgelegd. Dit houdt in dat niet alleen uitzendbureaus, maar ook payrollwerkgevers en detacheerders snel aan de definitie van de uitzendovereenkomst zullen voldoen. Zij kunnen in dat geval aanspraak maken op het gunstige werkgeversregime van de uitzendovereenkomst.

Naar verwachting zal StiPP haar (soms agressieve) zoektocht naar werkgevers - die volgens haar ten onrechte nog niet zijn aangesloten - onverminderd voortzetten. Dankzij het arrest lijkt die groep werkgevers te zijn uitgebreid. Een oplossing kan gelegen zijn in de aanvraag van een (afloop)vrijstelling, zodat u niet te maken krijgt met dubbele pensioenlasten.

Heeft u vragen naar aanleiding van dit artikel? Wilt u meer weten over de (afloop)vrijstelling? Neemt u dan vrijblijvend contact op met de leden van de praktijkgroep Pensioenrecht.