Uitbreiding aansprakelijkheid werkgever

donderdag, 17 oktober 2002

Aansprakelijkheid van werkgever breidt zich steeds verder uit In enkele recente uitspraken van de Hoge Raad, laatstelijk van 9 augustus 2002, is aan de orde geweest de vraag of de werkgever aansprakelijk kan zijn voor schade van de werknemer, die het gevolg is van een ongeval door eigen schuld waarbij de werknemer is betrokken met zijn eigen auto. 

De feiten

De werknemer in kwestie, De Bont, is werkzaam bij een landelijk opererende aannemer, die een opdracht heeft aangenomen in Deventer. Dagelijks rijdt De Bont met een eigen busje met collega’s van Oosterhout naar Deventer. Op 17 februari 1998 is De Bont betrokken bij een ernstig ongeval, als gevolg waarvan hij immateriële en materiële schade heeft geleden, net als zijn collega’s. De schade van de collega’s is gedekt door de WAM-verzekering van De Bont. De schade aan de auto en letselschade van De Bont is niet verzekerd en is ook niet vergoed. De Bont claimt deze schade bij zijn werkgever.

Beoordeling

In eerdere uitspraken heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de werkgever aansprakelijk kan zijn voor schade van de werknemer die bij de uitoefening van zijn werkzaamheden gebruik maakt van een eigen auto en daaraan schade ontstaat door een ongeval door eigen schuld van de werknemer. Uitzondering vormt de situatie dat de schade is ontstaan door opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. Een mogelijke uitzondering bestaat als de werkgever een vergoeding voor het gebruik van de eigen auto verschaft aan de werknemer, in welke vergoeding een compensatie is opgenomen voor het afsluiten van een all-risk verzekering. In de thans berechte zaak ging het niet alleen om zaakschade (schade aan de auto), maar ook om letselschade. Bovendien was het de grote vraag of hier sprake was van een ongeval bij de uitoefening van de werkzaamheden voor de werkgever. De werkgever bepleitte in dit geval dat sprake was van woon- werkverkeer.

De uitspraak van de Hoge Raad lijkt voor de werkgever goed te beginnen: de Hoge Raad oordeelt dat een ongeval als deze niet valt onder de bedrijfsongevallenregeling van artikel 7:658 BW. De Hoge Raad vervolgt echter met de stelling dat ook op andere gronden aansprakelijkheid van de werkgever kan ontstaan. De Hoge Raad verwijst dan naar de omstandigheid dat De Bont op grond van een door zijn werkgever aangenomen karwei is aangewezen om met eigen auto het vervoer te verzorgen van zichzelf en enkele collega’s. De Hoge Raad stelt deze situatie op één lijn met de situatie dat het vervoer plaatsvindt krachtens de verplichting uit de arbeidsovereenkomst (waarmee de situatie bedoeld wordt dat de werknemer uit hoofde van zijn arbeidsovereenkomst verplicht kan worden om voor werkzaamheden gebruik te maken van de eigen auto). In een dergelijke situatie brengt de redelijkheid en billijkheid mee dat de niet door een verzekering gedekte schade voor rekening komt van de werkgever, uitgezonderd als sprake is van opzet of bewust roekeloos veroorzaakte schade. Ook zou nog een uitzondering kunnen vormen dat in de aan De Bont betaalde vergoedingen voor het werkverkeer een bestanddeel is begrepen voor de kosten van een casco-inzittenden- en ongevallenverzekering.

Conclusie

In ieder geval de werkgevers die met situaties als de hier beschrevene te maken hebben, doen er zeer verstandig aan hun financiële risico’s af te dekken door een sluitende verzekering of een duidelijk gespecificeerde en toereikende vergoeding voor de werknemer voor het afsluiten van een verzekering.

 

 

 

 

 

Auteur