Tussentijdse opzegging mogelijk na prijsindexatie?

woensdag, 2 december 2015

Vandaag publiceerde de hoogste Europese rechter, het Hof van Justitie van de EU (“HvJEU”), een interessant arrest naar aanleiding van een prejudiciële verwijzing door het Oberste Gerichtshof van Oostenrijk. Hoewel nog niet gepubliceerd, maakt het arrest duidelijk dat het niet mogelijk is een telecomovereenkomst tussentijds op te zeggen, vanwege het enkele feit dat de prijs periodiek wordt geïndexeerd.

De grootste aanbieder van telecomdiensten in Oostenrijk had in haar contractuele voorwaarden staan dat prijswijzigingen op grond van een overeengekomen prijsindexatie consumenten geen recht gaven om tussentijds op te zeggen. De prijswijzigingen waren gebaseerd op indexcijfers van consumptieprijzen. Die werden jaarlijks vastgesteld door de overheidsdienst Statistik Austria. Het ging dus om parameters waarop het bedrijf geen invloed kon uitoefenen. Het vond dat de prijsaanpassingen voor de consument voorzienbaar, verifieerbaar en gebruikelijk waren.

Geschil en prejudidiciële verwijzing

Een Oostenrijkse consumentenbond was het oneens met deze insteek. De belangenbehartiger meende op grond van Europees recht dat de desbetreffende telecomaanbieder dit soort litigieuze bedingen niet meer mocht gebruiken en/of zich erop beroepen. Het koppelen van prijzen aan de indexcijfers was in haar ogen niet reëel, gezien de constante prijsdalingen van de onderhavige diensten als gevolg van de technische ontwikkelingen.

Toen het geschil uiteindelijk bij de Oberster Gerichtshof belandde, verzochten beide partijen prejudiciële vragen aan het HvJEU voor te leggen. Het Oostenrijkse Hooggerechtshof legde daarop de volgende prejudiciële vraag voor:

“Is het in artikel 20, lid 2, van de Universeledienstrichtlijn [Richtlijn 2002/22/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2009/136/EU] voor abonnees bepaalde recht om de overeenkomst zonder boete op te zeggen „wanneer zij op de hoogte worden gesteld van wijzigingen in de [contractuele] voorwaarden”, ook van toepassing op het geval dat een aanpassing van de prijzen voortvloeit uit contractuele voorwaarden waarin reeds bij de sluiting van de overeenkomst is vastgelegd dat een aanpassing van de prijzen (verhoging/verlaging) in de toekomst zal plaatsvinden overeenkomstig de veranderingen van een objectief indexcijfer van de consumptieprijzen, dat de waardeontwikkeling van het geld weerspiegelt?”

Juridisch kader

Artikel 20(2)(d) Universeledienstenrichtlijn bepaalt:

De lidstaten zorgen ervoor dat de consumenten en andere hierom verzoekende eindgebruikers die zich abonneren op diensten waarbij een aansluiting tot het openbare communicatienetwerk en/of openbare elektronische communicatiediensten worden aangeboden, recht hebben op een contract met een onderneming of ondernemingen die dergelijke aansluiting en/of diensten aanbieden. In het contract worden ten minste de volgende elementen in een heldere, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm gespecificeerd: […] (d) bijzonderheden van prijzen en tarieven, de middelen voor het verkrijgen van actuele informatie over alle geldende tarieven en onderhoudskosten, aangeboden betalingsmethoden en verschillen qua kosten als gevolg van de betalingsmethode […]“.

Artikel 20(2) Universeledienstenrichtlijn bepaalt:

De lidstaten zorgen ervoor dat abonnees zonder boete hun contract kunnen opzeggen wanneer zij op de hoogte worden gesteld van wijzigingen in de voorwaarden die worden voorgesteld door de onderneming die de elektronischecommunicatienetwerken en/of -diensten verstrekt. De abonnees worden tijdig en ten minste één maand vooraf naar behoren op de hoogte gesteld van dergelijke wijzigingen en worden tegelijkertijd op de hoogte gesteld van hun recht om zonder boete hun contract op te zeggen indien zij de nieuwe voorwaarden niet aanvaarden“.

Beoordeling

Het HvJEU brengt in herinnering dat abonnees van elektronischecommunicatiediensten hun contract zonder boete kunnen opzeggen, op grond van de aangehaalde Universeledienstrichtlijn, wanneer zij op de hoogte worden gesteld van wijzigingen in de contractvoorwaarden. Aan de andere kant kunne telecomaanbieders ook een rechtmatig belang hebben om de prijzen en tarieven van hun diensten te wijzigen.

Het litigieuze beding in de algemene voorwaarden voorziet in een tariefaanpassing op basis van een jaarlijkse objectieve consumentenprijsindex. Die wordt telkens opgesteld door een publieke instelling (het Oostenrijkse statistiekbureau). Een aldus contractueel vastgelegde tariefaanpassing die is gebaseerd op een heldere, nauwkeurige en voor het publiek toegankelijke indexeringsmethode die het resultaat is van beslissingen en van mechanismen die binnen de publieke sfeer vallen, brengt de eindgebruikers niet in een contractuele situatie die verschilt van die welke voortvloeit uit het contract dat inhoudelijk is bepaald door de algemene voorwaarden met daarin het betrokken beding.

Het HvJEU concludeert dat een dergelijke tariefwijziging niet kan worden aangemerkt als een wijziging in de contractuele voorwaarden, in de zin van de Universeledienstenrichtlijn. In zoverre is de rechtsbescherming van artikel 20(2) niet aan de orde.

Universeledienstenrichtlijn

Bij de beoordeling in dit arrest stond de Universeledienstenrichtlijn centraal. Ter achtergrondinformatie, daarover het volgende. In Brussel hebben de EU lidstaten onder meer afgesproken dat zij ervoor zorgen dat:

(1) elektronische communicatiediensten van een bepaalde kwaliteit en tegen een betaalbare prijs beschikbaar zijn voor alle gebruikers op hun grondgebied, ongeacht hun geografische locatie

(2) gebruikers die een verbinding met het openbare communicatienetwerk willen, er ook een krijgen (denk aan telefoon en internet in plattelands- of geografisch geïsoleerde gebieden)

(3) er ten minste één uitgebreid telefoonboek, dat ten minste eenmaal per jaar wordt bijgewerkt, beschikbaar wordt gesteld aan de eindgebruikers

(4) gebruikers met een laag inkomen toegang hebben tot speciale tarieven of speciale hulp krijgen

Het Europese recht kent gebruikers rechten toe. Een beperkte selectie uit de consumentenbescherming op basis van de Universeledienstenrichtlijn:

(1) Consumenten moeten de informatie krijgen waardoor zij de diensten waarop zij zich abonneren begrijpen.

(2) Contracten moeten: (i) informatie verschaffen over de minimale kwaliteitsnormen van de dienst en over de schadevergoeding en terugbetaling wanneer deze normen niet worden gehaald, (ii) het recht vermelden om opgenomen te worden in telefoongidsen voor abonnees, (iii) duidelijke informatie bevatten over de ontvankelijkheidscriteria voor reclameaanbiedingen.

(3) Exploitanten moeten transparante en tijdige informatie verstrekken over prijzen en tarieven

(4) consumenten hebben het recht om binnen één werkdag van vaste of mobiele exploitant te wisselen en daarbij hun oude nummer te behouden

(5) Gratis levering van het Europese alarmnummer (112)

ACM consultatie

In een aparte maar gerelateerde kwestie heeft de Nederlandse toezichthouder, de Autoriteit Consument & Markt, onlangs een consultatie opengesteld voor het publiek. De consultatie betreft een herziening van artikel 7.2 Telecommunicatiewet. Dat artikel geeft abonnees het recht hun overeenkomst met de telecommunicatieaanbieder kosteloos te beëindigen wanneer de aanbieder een eenzijdige wijziging aanbrengt in de overeenkomst.