Trage overheid krijgt voortaan de rekening gepresenteerd

woensdag, 14 april 2010

Een veel gehoorde klacht onder burgers is dat overheden het niet zo nauw nemen met beslistermijnen. Deze klacht is begrijpelijk. Uit verschillende onderzoeken blijkt immers dat bestuursorganen de wettelijke termijnen voor tijdig beslissen veelvuldig overschrijden. Zo is bij de Nationale Ombudsman een gebrek aan voortvarendheid bij bestuursorganen met afstand de meest voorkomende reden om een klacht in te dienen.

Weliswaar schrijft de wet in veel gevallen voor binnen welke termijn een overheidsinstantie moet beslissen, maar tot voor kort was het voor een burger lastig om adequaat actie te ondernemen tegen een eventuele overschrijding van deze termijn. Indien bijvoorbeeld een gemeente niet tijdig besliste op een aanvraag was de burger genoodzaakt een bezwaarschrift indienen tegen het uitblijven van een beslissing. Indien dan nog steeds niet werd besloten door de gemeente kon de burger beroep instellen bij de rechtbank, waarna de rechter de gemeente kon opdragen alsnog een besluit te nemen. In dat geval mocht de burger hopen dat hij ongeveer een half jaar tot een jaar na het indienen van bezwaar een besluit van de gemeente ontving. En zo niet, dan had de burger pech en kon hij opnieuw de juridische carrousel in. Een leek begrijpt dat deze vereiste stappen tegen het niet tijdig beslissen onvoldoende effectief waren. Daarentegen krijgt een burger bij een eventuele overschrijding van termijnen wel direct te maken met het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar of beroep tegen een besluit. Dit is natuurlijk extra zuur gezien de ‘flexibiliteit’ waarmee de overheid met eigen beslistermijnen omgaat.

Ook de wetgever zag kennelijk in dat het zo niet langer kon. Als oplossing is op 1 oktober 2009 de zogenaamde Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen in werking getreden. Deze Wet bevat een tweetal mogelijkheden voor die gevallen waarin het bestuursorgaan niet tijdig beslist: een regeling op grond waarvan het bestuursorgaan een dwangsom verschuldigd kan zijn voor elke dag dat zij te laat is met beslissen en een regeling op grond waarvan direct beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het bestuurorgaan (en dus niet langer eerst bezwaar moet worden aangetekend). Beslist een bestuursorgaan zoals de gemeente niet binnen de beslistermijnen of binnen een redelijke termijn (indien de wet geen termijn voorschrijft), dan is de gemeente in beginsel een dwangsom verschuldigd voor elke dag dat het besluit uitblijft en de gemeente in gebreke is. Als de termijn voor het nemen van een besluit is verstreken, kan de aanvrager of een andere belanghebbende de gemeente in gebreke stellen. Daarmee wordt de dwangsomregeling geactiveerd. Hoewel voor de ingebrekestelling in beginsel geen termijn geldt, mag deze niet onredelijk laat plaatsvinden. Na de ingebrekestelling heeft de gemeente nog twee weken om het besluit te nemen. Neemt de gemeente dan nog steeds geen besluit, dan gaat zij op de dag na het verstrijken van deze twee weken een oplopende dwangsom per dag verbeuren. Maximaal kan de gemeente een bedrag van € 1.260 aan dwangsommen verbeuren. Hoe goed de bedoelingen van de wetgever ook zijn geweest, de vraag is of dit lage maximum een gemeente wel voldoende prikkelt om in de toekomst de beslistermijnen wel in acht te nemen. Dat lijkt wel raadzaam, nu een burger tegenwoordig direct naar de rechter kan stappen. Indien de gemeente dan nog steeds hardleers blijkt te zijn, laten de eerste gerechtelijke uitspraken zien dat de teller in dat geval pas echt gaat lopen. Als de gemeente weigerachtig blijft een beslissing te nemen zal de rechtbank de gemeente opdragen dit alsnog te doen binnen twee weken. Voor het geval het bestuursorgaan er over na zou denken om deze opdracht naast zich neer te leggen, zal de rechter dat orgaan op andere gedachten proberen te brengen door zelf een nadere dwangsom op te leggen van in beginsel € 100,- per dag met een maximum van maar liefst € 15.000,-. Een trage besluitvorming kent tegenwoordig dus een duur prijskaartje.