Toekomstverwachtingen en tegenvallende omzetten

dinsdag, 11 november 2014

In een onlangs gepubliceerde uitspraak heeft de rechtbank te Middelburg geoordeeld dat - in het kader van een bedrijfsovername - een tegenvallende (geprognosticeerde) omzet kwalificeert als een “teleurgestelde verwachting” en niet als dwaling, met alle juridische implicaties van dien.

Aan het geschil waarover de rechtbank diende te oordelen, lag een koopovereenkomst ten grondslag waarbij eiser de activa en passiva van een bedrijfsonderdeel had verkocht aan een branchegenoot. Het personeel bleef bij verkoper in dienst maar zou bij koper worden gedetacheerd op grond van een detacheringsovereenkomst. In het kader van de verkoop werd koper bijgestaan door een accountant en heeft een due dilligence onderzoek laten verrichten. Tevens is er een omzetprognose gemaakt.

Koper heeft uiteindelijk de detacheringsovereenkomst ten aanzien van een deel van het personeel opgezegd omdat er onvoldoende werk was. Voorts is koper de koopsom voor (een deel van) de activa schuldig gebleven en heeft diverse facturen voor gedetacheerd personeel niet voldaan. Verkoper zou omzetcijfers hebben voorgespiegeld die nooit behaald konden worden en koper stelt dat de (koop)overeenkomst (daarom) gedeeltelijk vernietigd moet worden omdat die onder dwaling tot stand is gekomen.

De rechtbank veegt het beroep van de koper op dwaling uiteindelijk van tafel. Koper werd bijgestaan door een accountant. Verder is koper zelf werkzaam in dezelfde branche en kon (dus) weten waar zij aan begon. Door een tegenvallende omzet zijn echter uiteindelijk ook de resultaten tegengevallen, maar -zo oordeelt de rechtbank- “[a]ls een toekomstverwachting niet uitkomt is er geen sprake van dwaling maar van een teleurgestelde verwachting”.

De rechtbank vervolgt met betrekking tot de opgezegde detacheringsovereenkomst dat koper wist dat het bedrijfsonderdeel dat zij van verkoper overnam verliesgevend was. Koper wist ook - althans kon weten - welke kosten er verbonden waren aan de detacheringsovereenkomsten. Met die wetenschap kan koper niet kort na de overname terugkomen op de detacheringsafspraken. Verschillende andere (externe) omstandigheden hebben ertoe geleid dat de omzetten in de branche terugliepen terwijl de kosten gelijk bleven. Het is dan onvermijdelijk, aldus de rechtbank, dat koper verliesgevend wordt en uiteindelijk in de gevarenzone komt. Onder die omstandigheden kan verkoper volgens de rechtbank koper niet onverkort aan de detacheringsovereenkomst houden. Dat is naar de maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. De rechter is dan ook van oordeel dat de detacheringsovereenkomsten opzegbaar zijn.

De economische crisis wordt overigens steeds vaker als reden aangevoerd om lopende overeenkomsten op te zeggen of om wijzigingen te verlangen. Mw. mr. Carla Vinken-Geijselaers heeft onlangs een bijdrage gepubliceerd over dit onderwerp:

Klik hier om deze publicatie te lezen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 december 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:11320, publicatiedatum 4 november 2014