Tips voor de terugvordering van zaken door leveranciers

vrijdag, 4 november 2016

De afwikkeling van eigendomsaanspraken in faillissement levert vaak de nodige 'strijd' op tussen leveranciers, curatoren en pandhouders, zeker als de financiële belangen groot zijn (denk aan faillissementen van grote partijen als V&D, Schoenenreus, Hout Brox en MS Mode). Daarbij is het zaak goed beslagen ten ijs te komen en snel te handelen. In dit blog vier tips voor leveranciers om hun positie te versterken. 

1. Het eigendomsvoorbehoud

Het eigendomsvoorbehoud is inmiddels een bekend begrip. Kernpunt is dat het moet zijn overeengekomen met de afnemer (veelal vervat in algemene voorwaarden). Het verdient aanbeveling een eigendomsvoorbehoud te laten formuleren of te beoordelen door een specialist. 

In het verlengde van een beroep op het eigendomsvoorbehoud kan het zinvol zijn de koopovereenkomst (in hetzelfde bericht) te ontbinden, met name om te voorkomen dat onbetaald gebleven goederen in een doorstart worden verkocht en/of de curator zich tegen afgifte verzet.

2. Het recht van reclame

Een minder bekend (maar sterk) recht is het in de wet verankerde recht van reclame. De werking van dit recht is echter beperkt: tot 6 weken na het vervallen van de factuur en 60 dagen na aflevering van de goederen aan de koper. Snel handelen is dus een vereiste voor een succesvol beroep op het recht van reclame.

Een belangrijk verschil met het hiervoor genoemde eigendomsvoorbehoud, is dat het recht van reclame niet hoeft te zijn overeengekomen. Het recht van reclame is - anders dan het eigendomsvoorbehoud - namelijk een in de wet opgenomen recht van de leverancier. Laat u over de juridische details nader adviseren.

3. De bewijsovereenkomst

Soms zien leveranciers zich geconfronteerd met een lastig probleem: oneigenlijke vermenging van geleverde zaken. Daarvan kan sprake als identieke zaken (banden, textiel, etc.) die door verschillende leveranciers zijn geleverd door de koper samen worden opgeslagen, waardoor de verschillende leveranciers hun zaken niet meer kunnen aanwijzen (de zaken zijn niet meer te individualiseren).

De (curator van de failliete) koper kan zich dan beroepen op een wettelijk bewijsvermoeden, op grond waarvan hij wordt vermoed eigenaar te zijn. Het is dan vervolgens aan de leverancier om dit bewijsvermoeden te weerleggen, bij gebreke waarvan zijn aanspraken stranden. De oplossing: wijk contractueel af van dit bewijsvermoeden en stel het buiten werking.

4. De aansprakelijkheid van de directie van de afnemer

Een vierde tip - die weliswaar niet zozeer ziet op de afgifte van geleverde goederen - is het vragen naar kredietwaardigheid. Die bevestiging moet vóór de aflevering zijn gevraagd en gekregen van de directie van de afnemer. Hiermee wordt een eventueel noodzakelijke aansprakelijkheidsstelling van de directie versterkt.

Heeft u vragen, neem dan per e-mail contact op met Lars Krieckaert (l.krieckaert@banning.nl) of Sanne Jansen (s.jansen@banning.nl) of bel een van beiden op telefoonnummer 073 8000 918.