Thuiszorginstelling aansprakelijk voor val werkneemster bij cliënt thuis

woensdag, 2 februari 2011

Onlangs heeft de kantonrechter in Rotterdam zich gebogen over de vraag of een thuiszorginstelling aansprakelijk is voor de schade die een werkneemster heeft geleden ten gevolge van een val bij een cliënt thuis.

Werkneemster, een ervaren medewerker van een thuiszorginstelling, werkt sinds 2003 als huishoudelijke hulp bij cliënten thuis. Op enig moment heeft een cliënt haar gevraagd om bij wijze van een extra klus, de zolder / vliering te stofzuigen en vrij te maken van spinraggen. De vliering was slechts deels beloopbaar. Tijdens het werk is de werkneemster door platen die op de vloer van de zolder lagen heen gezakt en enkele meters naar beneden gevallen. De arbeidsinspectie heeft een overtreding van de Arbowet geconstateerd en heeft de thuiszorginstelling een boete opgelegd. De thuiszorginstelling heeft aansprakelijkheid afgewezen en vindt dat de verhuurder en/of cliënt aansprakelijk is. De werkneemster stelt vervolgens de thuiszorginstelling aansprakelijk op grond van artikel 7:658 BW.

Dit artikel bepaalt dat de werkgever jegens de werknemer aansprakelijk is voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij de werkgever aantoont dat hij de in artikel 7:658 lid 1 BW genoemde verplichting is nagekomen. Dit laatste houdt in dat de werkgever verplicht is de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten op een zodanige wijze in dient te richten en te onderhouden en voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen dient te treffen en aanwijzingen dient te verstrekken als redelijkerwijs noodzakelijk is om te voorkomen dat de medewerker in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Relevante omstandigheden zijn de aard van de werkzaamheden, de kenbaarheid van het gevaar, de mate van bezwaarlijkheid van het treffen van maatregelen en de te verwachten (on)oplettendheid van de werknemer, mede gelet op diens werkervaring.

Volgens de kantonrechter heeft de thuiszorginstelling haar zorgplicht geschonden en is jegens de werkneemster aansprakelijk.

Kenmerkend voor de onderhavige situatie is dat de werkzaamheden door de werkneemster op locatie, aldus bij de cliënt thuis, werden verricht, en niet binnen de directe invloedsfeer van de thuiszorginstelling. Dat de thuiszorginstelling daardoor geen zeggenschap heeft over de inrichting van de werkplek en niet van alle mogelijke gevaren op de hoogte kan zijn, laat haar zorgplicht onverlet. De kantonrechter maakt een onderscheid tussen de door de werkneemster te verrichten huishoudelijke werkzaamheden enerzijds en de extra werkzaamheden anderzijds. Huishoudelijke werkzaamheden worden door de thuiszorginstelling opgedragen en worden opgenomen in het zorgdossier en zijn onderwerp geweest van de Arbo-check. De extra werkzaamheden die op verzoek van de cliënt van de thuiszorginstelling worden verricht, zijn niet opgenomen in het zorgdossier en kunnen worden verricht op locaties die niet zijn onderworpen aan een Arbo-check. Door de invulling van de extra werkzaamheden over te laten aan de cliënt en geen onderzoek uit te voeren naar alle ruimten waar de werkzaamheden mogelijkerwijs zouden kunnen worden verricht, heeft de thuiszorginstelling ten aanzien van die extra werkzaamheden niet voldaan aan haar zorgplicht.

Voor de zogenaamde “huis-, tuin- en keukenongevallen” is de werkgever niet aansprakelijk. Naar het oordeel van de kantonrechter is daarvan geen sprake. Het stofzuigen van de vliering is geen dagelijkse bezigheid. De situatie waarin het ongeval zich heeft voorgedaan, is dan ook niet aan te merken als een situatie die vaak ook buiten de werksituatie voorkomt en waar de werkgever weinig invloed op heeft.

Bovendien kan bij de vaststelling van de aansprakelijkheid van een werkgever ook een rol spelen of de voorschriften van de arbeidsomstandigheden en wetgeving in acht zijn genomen. De arbeidsinspectie heeft een overtreding van de Arbowet geconstateerd. De werkplek was niet veilig toegankelijk. Tevens waren de extra werkzaamheden niet beoordeeld in een risico-inventarisatie en –evaluatie, zoals bedoeld in de Arbowet. De thuiszorginstelling is aldus aansprakelijk wegens het schenden van de zorgplicht voor de schade van de werkneemster.

In het kader van de zorgplicht van de werkgever is dit een interessante uitspraak. Deze uitspraak gaat namelijk in op de reikwijdte van de zorgplicht van een werkgever voor werk bij een particulier c.q. voor werk buiten de directe invloedsfeer van werkgever.