Tegenvaller voor gedupeerden vrachtkartel

maandag, 26 maart 2012

Op 9 november 2010 heeft de Europese Commissie in een beschikking geoordeeld dat elf luchtvaartmaatschappijen zich schuldig hebben gemaakt aan kartelvorming. Meer in het bijzonder door in de periode december 1999 tot 14 februari 2006 brandstof- en veiligheidstoeslagen te coördineren ten aanzien van vluchten van, naar en binnen de EER en Zwitserland. Aan elf luchtvaartmaatschappijen zijn boetes opgelegd van voor een totaal aan EUR 799.445.000,-- voor deelname aan dit (internationale) kartel[1]. Vrijwel alle luchtvaartmaatschappijen zijn tegen de beschikking van de Commissie in beroep gegaan.

Parallel hieraan hebben verschillende gedupeerden (140 benadeelde ondernemingen) zich gemeld bij Equilib aan wie zij hun vorderingen hebben gecedeerd. Equilib wil de schade die deze benadeelde ondernemingen hebben geleden als gevolg van dit internationale vrachtkartel verhalen op de luchtvaartmaatschappijen. Door een tussenvonnis van de rechtbank Amsterdam van 7 maart jl. (LJN: BV8444) kan dit evenwel nog langer duren verwacht.

In de procedure voor de rechtbank hebben de luchtvaartmaatschappijen verzocht om aanhouding van de procedure totdat de beschikking van de Commissie in kracht van gewijsde is gegaan. De luchtvaartmaatschappijen verwijzen ter nadere onderbouwing naar het Masterfoods-arrest van 20 september 2001 (zaak C-344/98). Uit het Masterfoods-arrest volgt dat een nationale rechter moet voorkomen dat hij een beslissing neemt die in strijd is met een nog niet onherroepelijke beschikking van de Commissie. Het is aan de nationale rechter om te oordelen of de procedure, gelet op alle bij de goede procesorde betrokken belangen, al in een eerder stadium moet worden aangehouden.

De rechtbank Amsterdam is hier van mening dat een weging van deze belangen (gelet op de huidige stand van zaken) meebrengt dat de schadeprocedure moet worden geschorst tot de luchtvaartmaatschappijen een definitief rechtsoordeel hebben gekregen (waartegen geen rechtsmiddelen meer open staan). De rechtbank acht hierbij van belang dat het inhoudelijk debat nog gevoerd moet worden.

Het argument van Equilib dat er door de luchtvaartmaatschappijen een clementieverzoek is ingediend en dat enkele luchtvaartmaatschappijen ook expliciet erkend hebben te hebben deelgenomen aan het kartel treft geen doel. Volgens de rechter is dit niet relevant: ook het oordeel van de Europese rechters over de aard en duur van het kartel kan immers gevolgen voor de schadezaak.

Een tegenvaller voor de 140 gedupeerden, zij zullen nog jaren moeten wachten alvorens zij een mogelijke schadevergoeding tegemoet kunnen zien.

[1]http://www.europa-nu.nl/id/vik5plqsp3yc/nieuws/commissie_legt_11_luchtvrachtbedrijven?ctx=vh7doti6loy3