Tegenslag voor advocaat in dienstbetrekking

maandag, 1 januari 2001

Op 28 februari 2012 heeft de rechtbank Groningen geoordeeld dat een advocaat in loondienst geen verschoningsrecht heeft ten aanzien van interne communicatie. Deze uitspraak vormt na het AKZO-arrest van het Europese Hof van Justitie opnieuw een tegenslag voor advocaten in dienstbetrekking.

Getuigenverhoor

De zaak speelt zich af tegen de achtergrond van een getuigenverhoor. Een werknemer van Delta NV werd in het kader van een civiele procedure als getuige verhoord en gevraagd te verklaren over hetgeen was besproken tijdens een meeting die eind augustus 2010 had plaatsgevonden. Deelnemers aan de meeting waren - naast de getuige - twee leden van de directie, een manager Strategic Decision Support en een bedrijfsjurist (een advocaat in dienstbetrekking).

De getuige heeft verklaringen afgelegd over hetgeen de directieleden en de manager tijdens de meeting hebben gezegd, maar weigerde dat te doen ten aanzien van de uitlatingen van de advocaat in dienstbetrekking. Voor wat betreft de uitlatingen van laatstgenoemde stelde de getuige zich op het standpunt dat hem een afgeleid verschoningsrecht toekomt. Daarop heeft de rechter ten overstaan van wie het getuigenverhoor plaatsvond de zaak - voor wat betreft de beslissing of de getuige dient te verklaren over de uitlatingen van de advocaat in dienstbetrekking - verwezen naar de meervoudige kamer.

(Afgeleid) verschoningsrecht

Verschoningsrecht is het recht van een getuige om te weigeren antwoord te geven op vragen, die door een rechter aan hem of haar worden gesteld. Aan een beperkte groep van personen, waaronder aan advocaten, komt uit hoofde van de aard van hun maatschappelijke functie geheimhouding toe van al hetgeen aan hen in hun hoedanigheid wordt toevertrouwd. In verband daarmee komt aan hen tevens het recht toe om zich dienaangaande ten overstaan van de rechter van het afleggen van verklaringen te verschonen.

Met de term 'afgeleid verschoningsrecht' wordt het recht bedoeld van degene die een noodzakelijke hulppositie ten opzichte van de eigenlijke geheimhouder bekleedt. Deze groep personen kan zich op dezelfde geheimhoudingsverplichting beroepen. De gedachte daarachter is dat als het zwijgrecht van de portier, de secretaresse, de analist etc. niet zou worden erkend, dat dan het zwijgrecht van de eigenlijke geheimhouder in belangrijke mate illusoir zou zijn. Het verschoningsrecht van de geheimhouder strekt zich tevens uit tot de cli?nt die kan verklaren omtrent hetgeen aan de geheimhouder is toevertrouwd en wat deze in reactie daarop heeft gezegd of gedaan. Op dit laatste werd door de werknemer van Delta een beroep gedaan.

Geen verschoningsrecht voor advocaat in dienstbetrekking

De meervoudige kamer van de rechtbank heeft weinig woorden nodig om tot het oordeel te komen dat de advocaat in dienstbetrekking voor wat betreft de communicatie met zijn cli?nt (i.e. het bedrijf waar hij werkt) niet het privilege van het verschoningsrecht toekomt. De noodzakelijke consequentie van dit oordeel is dat de werknemer van Delta NV geen afgeleid verschoningsrecht toekomt en derhalve dient te verklaren over hetgeen door de advocaat in dienstbetrekking tijdens de meeting is gezegd.

De rechtbank wijst ter onderbouwing op het AKZO-arrest van 14 september 2010 waarin het Europese Hof van Justitie bepaalde dat een advocaat in loondienst geen verschoningsrecht toekomt, omdat deze niet onafhankelijk genoeg kan handelen. Het AKZO-arrest is weliswaar gegeven in een (Europese) mededingingszaak, zegt de rechtbank ?maar die context wijkt niet zozeer af van die van een (Nederlandse) civiele procedure, dat de overwegingen van het Hof thans niet alleszins relevant zijn?.

Verder overweegt de rechtbank nog dat bij een andersluidend oordeel de rechters zich geconfronteerd zouden zien met een vrijwel onmogelijke opgave ?namelijk om wat betreft de gedragingen van de advocaat in loondienst een tweedeling te maken tussen hetgeen hij 'als bedrijfsjurist' en hetgeen hij 'als advocaat' ondernomen, gehoord en gezegd heeft".

Toegevoegde waarde advocaatstatus voor bedrijfsjuristen?

De uitspraak van de rechtbank Groningen vormt na het AKZO-arrest opnieuw een tegenslag voor de advocaat in dienstbetrekking. Deze dient er rekening mee te houden dat de communicatie met zijn collega's niet onder het verschoningsrecht valt. In het licht van deze uitspraak lijkt de advocaatstatus voor bedrijfsjuristen amper nog toegevoegde waarde te hebben.

Overigens is de uitspraak vanwege het principiële karakter niet uitvoerbaar bij voorbaat verklaard. Mocht de rechter in hoger beroep anders beslissen, dan kan "het reeds uitgevoerd zijn van de beslissing van de rechtbank niet ongedaan worden gemaakt", aldus de rechtbank. Ten tijde van het schrijven van deze bijdrage was nog niet bekend of Delta NV gebruik zal maken van de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen.

Auteur