Taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang

dinsdag, 28 juni 2016

Op 24 juni 2016 heeft minister Asscher een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met het kabinetsstandpunt over voorschoolse voorzieningen en de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. Om de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang te vereenvoudigen is het volgens het kabinet belangrijk dat betrokken partijen op landelijk niveau samenwerken en hun expertise bundelen. Om dit te stimuleren laat het kabinet een ‘taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang’ instellen.

Oberon-onderzoek

Om meer zicht te krijgen op het aantal scholen en kinderopvangorganisaties dat samenwerkt, de mate van samenwerking en de redenen waarom men samenwerkt, heeft Oberon in opdracht van de ministeries van OCW en SZW in het voorjaar van 2016 een onderzoek uitgevoerd. De belangrijkste onderzoeksbevindingen:

  • vrijwel alle basisscholen werken met één of meerdere voorzieningen voor peuterspeelzaalwerk, kinderdagopvang en buitenschoolse opvang samen;
  • van de organisaties in de kinderopvang werkt 75% samen met het basisonderwijs;
  • de meest voorkomende vorm van samenwerking is het delen van huisvesting;
  • bijna de helft van de basisscholen en kinderopvanginstellingen geeft aan samen te werken aan een doorgaande leer- en ontwikkellijn van de kinderopvang naar de basisschool.
  • het ‘all-in-one-samenwerkingsmodel’, waarbij er geopereerd wordt als één organisatie, komt zelden voor;
  • het meest genoemde motief voor samenwerking is de behoefte om kinderen doorlopende ontwikkellijnen en optimale ontwikkelingskansen te bieden. Een ander vaker genoemd is dat de samenwerkingspartners de aantrekkelijkheid van hun eigen organisatie willen vergroten.
  • het merendeel van de samenwerkingspartners heeft concrete plannen om de samenwerking de komende jaren voort te zetten, te intensiveren en verder te verbeteren;
  • ongeveer de helft van de schooldirecteuren en de managers kindercentra is op knelpunten gestuit gedurende de samenwerking. Het meest genoemde knelpunt betreft het ervaren van cultuurverschillen doordat onderwijs en kinderopvang twee gescheiden werelden zijn. Daarnaast worden knelpunten in wet- en regelgeving en financiering genoemd.

Kabinetsstandpunt

Het kabinet hecht sterk aan een goede samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. Deze samenwerking leidt idealiter tot een inhoudelijk samenhangend én doorlopend aanbod van onderwijs en opvang. Volgens het kabinet kan dit voordelen bieden voor kinderen, ouders, leerkrachten en pedagogisch medewerkers.

Om de beoogde meerwaarde voor kinderen, ouders en personeel te bewerkstelligen, is volledige integratie van onderwijs en kinderopvang in één organisatie (zoals verzocht in de motie Yücel c.s.)  volgens het kabinet niet nodig. Een dergelijke integratie vereist dat de kinderopvang een publiek bekostigde voorziening wordt, alsmede een wettelijke voorziening die regelt dat de middelen van onderwijs en kinderopvang worden gebundeld. Dit betreft een verregaande en dure ingreep die op dit moment niet wordt overwogen. Ook in andere OESO-landen zijn onderwijs en kinderopvang apart georganiseerd en gefinancierd.

Met de indieners van de motie Yücel is het kabinet van mening dat voor een meerwaarde biedende samenwerking de volgende drie aspecten van belang zijn:

  1. Eén pedagogische visie en een doorlopende ontwikkellijn voor kinderen;
  2. Werken vanuit één team;
  3. Aanbieden van onderwijs en kinderopvang op één locatie.

Het kabinet meent dat er in de praktijk binnen de bestaande kaders op deze terreinen al veel mogelijk is, maar constateert ook een aantal knelpunten.

Taskforce

Om de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang verder te faciliteren en te vereenvoudigen laat het kabinet naar goed Hollands poldergebruik een ‘taskforce samenwerking onderwijs en kinderopvang’ instellen onder leiding van een externe onafhankelijke voorzitter. Beoogde deelnemers aan de taskforce zijn: vertegenwoordigers vanuit VNG, PO-Raad, Kindcentra 2020, Brancheorganisatie kinderopvang, Brancheorganisatie maatschappelijke kinderopvang, werknemersorganisaties uit primair onderwijs en kinderopvang, ouderorganisaties (Boink en Ouders & Onderwijs), ministeries van OCW en SZW.    

De taskforce krijgt de volgende opdracht mee: “Uitwerken van voorstellen wat er nodig is om de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang te vergemakkelijken zodat er meerwaarde ontstaat voor de ontwikkeling van kinderen, de arbeidsparticipatie van ouders en de gezamenlijke inzet van personeel.”

Bij het vervullen van deze opdracht gelden de volgende aandachtspunten:

  1. Inhoud van samenwerking staat centraal en niet een specifieke vorm van samenwerking.
  2. Keuzevrijheid van ouders blijft overeind.
  3. Knelpunten wegnemen waar het kan, als dit bijdraagt aan de combinatie arbeid & zorg, de ontwikkeling van kinderen of het bestrijden van achterstanden.
  4. De afzonderlijke doelstellingen van primair onderwijs, kinderopvang en voor- en vroegschoolse educatie blijven behouden.
  5. De kinderopvang blijft als private markt functioneren, waarbij dus ruimte is voor eerlijke concurrentie.
  6. De huidige financiële kaders zijn leidend.

Het streven is om de taskforce snel na de zomer 2016 van start te laten gaan en haar de opdracht te geven om in februari 2017 uitkomsten op te leveren (d.w.z. voor de Tweede Kamer verkiezingen).

Expertise BANNING

De kamerbrief van minister Asscher maakt eens te meer duidelijk dat onderwijs en kinderopvang steeds meer in elkaars verlengde komen te liggen. Het stimuleren en faciliteren van samenwerkingsverbanden tussen kinderopvangorganisaties en instellingen voor primair onderwijs staat hoog op de politieke agenda. De specialisten van de sector onderwijs van BANNING hebben ervaring met het opzetten en begeleiden van samenwerkingsverbanden in het onderwijsveld en adviseren u graag. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Ellen Jooren of Martijn Jongmans.