Steeds meer mogelijkheden tegen anonieme lasterlijke uitingen op internet

vrijdag, 26 juni 2015

Facebook moet NAW gegevens verstrekken aan slachtoffer ‘wraakporno’, aldus de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam op 25 juni 2015. Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (‘EHRM’) oordeelde op 16 juni 2015 dat een internetportal verantwoordelijk kan zijn voor anonieme lasterlijke comments. Er lijkt sprake te zijn van een tendens waarbij steeds meer wordt verlangd van tussenpersonen in de digitale wereld (bijv. Facebook, klachtenwebsites of reviewsites). Zij kunnen zich steeds lastiger verschuilen achter hun ‘onafhankelijke’ positie.

Digitale tussenpersonen

In Nederland wordt door digitale tussenpersonen regelmatig een beroep gedaan op artikel 6:196c BW, dat kort gezegd bepaalt dat een dergelijke tussenpersoon niet aansprakelijk is voor doorgegeven informatie indien hij i) niet het initiatief daartoe neemt, ii) niet degene is die bepaalt aan wie de informatie wordt doorgegeven en iii) hij deze doorgegeven informatie niet zelf selecteert of wijzigt. Indien dus alleen een platform wordt geboden aan gebruikers en niet actief (of preventief) wordt gemodereerd, lijkt artikel 6:196c BW al snel uitkomst te bieden voor een digitale tussenpersoon.

Anonieme lasterlijke comments (EHRM)

Toch ligt het vaak niet zo eenvoudig voor digitale tussenpersonen. Ook voor hen geldt een bepaalde zorgvuldigheidsplicht om de rechten en de reputatie van anderen te beschermen. Zo ook in de Delfi-zaak bij het EHRM, die zag op commentaren onder nieuwsberichten op één van de grootste nieuwsportals van Estland. De verantwoordelijkheid van Delfi voor anonieme lasterlijke comments wordt mede gebaseerd op het (economisch) succes dat Delfi zelf geniet als gevolg van de commentaren onder nieuwsberichten. Ook het feit dat anonieme plaatsers van deze comments lastig of onmogelijk zijn te identificeren – en dus zelfstandig aan te spreken – speelt een rol bij de vraag hoe ver de verantwoordelijkheid van een dergelijk internetportal gaat. De onderstaande citaten maken dat duidelijk.

“... Delfi had an economic interest in the posting of the comments.”

“... Delfi had not ensured a realistic prospect of the authors of the comments being held liable. The owner of the ferry company could have attempted to sue the specific authors of the offensive comments as well as Delfi itself. However, Delfi allowed readers to make comments without registering their names, and the measures to establish the identity of the authors were uncertain. Nor had Delfi put in place any instruments to identify the authors of the comments making it possible for a victim of hate speech to bring a claim.”

“...the steps taken by Delfi to prevent or remove without delay the defamatory comments once published had been insufficient.”

Facebook (Rb Amsterdam)

Een soortgelijk geval deed zich voor in de recente kort geding procedure tussen een vrouw (die het slachtoffer was geworden van ‘wraakporno’) en Facebook. De video met ‘wraakporno’ was door een onbekende, gebruikmakend van een nepaccount op Facebook geplaatst. De vrouw vorderde om Facebook te veroordelen haar de NAW gegevens van de onbekende plaatser te verstrekken om deze vervolgens te kunnen aanspreken voor de vergoeding van de door haar geleden schade, waaronder reputatieschade.

Facebook stelde dat zij deze gegevens niet meer kon leveren, omdat zowel het filmpje als de gegevens van de plaatser al verwijderd zouden zijn. Door op de valreep te stellen dat de gegevens niet meer traceerbaar zijn, handelt Facebook mede gelet op haar eigen beleid op dit punt, onzorgvuldig en onrechtmatig jegens eiseres, aldus de voorzieningenrechter. Dit leidt dan ook tot onder meer het volgende oordeel van de voorzieningenrechter, dat in ieder geval hoop biedt voor slachtoffers (natuurlijke personen, maar ook rechtspersonen) van smaad of andere vormen van ‘anonieme inbreuken op rechten’:

“Van Facebook kan op zijn minst worden gevergd om alles in het werk te stellen om na te gaan of de gegevens toch niet nog ergens traceerbaar zijn en, zo zij erbij blijft dat dit niet het geval is, om aan eiseres antwoord te geven op de onder 4.8 en 4.9 genoemde vragen. In het verlengde daarvan ligt besloten dat in het geval Facebook volhardt in haar standpunt dat geen enkel gegeven meer te vinden is, eiseres in dit geval recht op en belang heeft bij een onafhankelijk onderzoek naar de juistheid van de mededelingen van Facebook op dit punt.”

Reviewsites

Niet alleen vanuit de hoek van de onrechtmatige daad (‘smaad’), maar ook vanuit mededingingsrechtelijk perspectief is er steeds meer aandacht voor het onderwerp van digitale tussenpersonen die zich als onafhankelijk presenteren of hun bezoekers een platform bieden voor het plaatsen van ratings of reviews. Zo kondigde de ACM begin dit jaar aan zich te gaan buigen over valse recensies op websites als IENS. TripAdvisor – overigens de nieuwe eigenaar van IENS – kreeg eerder van de Italiaanse toezichthouder een boete opgelegd van een half miljoen euro, omdat zij te weinig toezichtsmaatregelen had getroffen om valse recensies te voorkomen.

Mogelijkheden

De norm om zich te kunnen verschuilen achter artikel 6:196c BW lijkt dus strikter te worden geïnterpreteerd dan ooit en de aandacht voor de verantwoordelijkheden van digitale tussenpersonen neemt alsmaar toe. Deze verschuivende tendens biedt mogelijkheden voor rechthebbenden of partijen die het slachtoffer worden van smaad (of inbreuken op hun intellectuele eigendomsrechten) verspreid door anonieme personen.