Statutair bestuurder van vennootschap ondanks ontbreken schriftelijk benoemingsbesluit

dinsdag, 11 maart 2014

Ondanks het ontbreken van een schriftelijk benoemingsbesluit van de algemene vergadering van aandeelhouders (“AVA”), kan het zo zijn dat (bijvoorbeeld) een “managing director” toch geacht wordt benoemd te zijn als statutair bestuurder van een BV of NV. Dit kan verstrekkende gevolgen hebben voor onder meer de manier waarop hij of zij kan worden ontslagen.

Volgens artikel 2:242 BW wordt een (statutair) bestuurder van een vennootschap benoemd door de AVA. In dit artikel is niet bepaald dat een dergelijk besluit schriftelijk genomen moet worden. Het besluit tot benoeming van een statutair bestuurder is dan ook vormvrij, tenzij de statuten anders bepalen. Indien een besluit niet schriftelijk is vastgelegd, kan dit echter tot bewijsproblemen leiden.

De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam oordeelde recentelijk dat - hoewel een schriftelijk benoemingsbesluit ontbrak - de AVA wel degelijk geacht wordt op enig moment een benoemingsbesluit te hebben genomen. De omstandigheden die daarbij kunnen meewegen zijn:

  1. de feitelijke gedragingen van de “managing director” zelf;
  2. de inschrijving in het handelsregister als zijnde statutair bestuurder; en
  3. de ondertekening van de jaarrekeningen of ondertekening van overeenkomsten namens de vennootschap.

In deze zaak ging de kantonrechter te Rotterdam er op grond van (dergelijke) feiten en omstandigheden die door de gedaagde partij waren aangevoerd, van uit dat de “managing director” - ondanks het ontbreken van enig schriftelijk benoemingsbesluit - toch op enig moment als statutair bestuurder was benoemd en dus als zodanig kwalificeerde. De kantonrechter kwam op formele gronden niet toe aan verdere behandeling van de zaak, maar van belang is dat wanneer iemand kwalificeert als statutair bestuurder, hij of zij in beginsel kan worden ontslagen als statutair bestuurder door een enkel besluit van de AVA (zonder dat daarbij specifieke arbeidsrechtelijke ontslagbescherming geldt).

Kantonrechter Rotterdam, 9 januari 2014, gepubliceerd 7 februari 2012, JOR 2014/34.