Staatssteunregels gelden ook in crisistijd

donderdag, 14 maart 2013

De gemeente Leidschendam-Voorburg en de projectontwikkelaar Schouten de Jong Bouwfonds (SJB) hebben op pijnlijke wijze ondervonden dat de Europese Commissie ook in crisistijd strikt de hand houdt aan de staatssteunregels. Volgens de Commissie heeft de gemeente bij de herontwikkeling van het Damplein verboden staatssteun verleend aan SJB, onder meer door verlaging van eerder overeengekomen grondprijzen. De Commissie eist dat de gemeente een bedrag van maar liefst € 6,9 miljoen plus rente terugvordert van SJB.

Het bouwproject

Al weer zo’n 10 jaar geleden heeft de gemeente samen met SJB een Publiek Private Samenwerking (PPS) opgezet met als doel de herontwikkeling van het centrumgebied in Leidschendam. De belangrijkste taak van de PPS was de het bouwrijp maken van de gronden. In 2004 zijn door de PPS met particuliere bouwbedrijven, waaronder SJB, afspraken gemaakt over de grondprijs en de grondexploitatiebijdragen. Door vertraging in de exploitatiefase en de krimpende woningmarkt kwamen de afspraken uit 2004 onder druk te staan en dreigde het project geen doorgang te vinden.

Het braakliggende terrein in het centrum was de gemeente een doorn in het oog, vandaar dat zij in 2010 heeft ingestemd met nieuwe financiële afspraken teneinde het project vlot te trekken. Met SJB werd een grondprijsverlaging overeengekomen en een aantal bijdragen die SJB zou leveren werden kwijt gescholden. De nieuwe afspraken leverden SJB een voordeel op van € 6,9 miljoen en leidden er toe dat het project, ondanks de ernstig verslechterde economische omstandigheden, toch kon worden gerealiseerd.

Iedereen blij, behalve de Commissie

Het project is inmiddels afgerond. Op het voorheen braakliggende terrein zijn winkels, woningen en een openbare parkeergarage gerealiseerd. De gemeente is blij met het bereikte resultaat. De blijdschap van de gemeente wordt echter niet gedeeld door Brussel. Na een klacht is de Commissie in januari 2012 een staatssteun onderzoek gestart.

Volgens de Commissie heeft de Gemeente door aanpassing van de financiële afspraken staatssteun verleend aan SJB. Een particuliere investeerder handelend onder normale marktomstandigheden zou volgens de Commissie niet hebben ingestemd met de retroactieve verlaging van de verkoopprijs en met het kwijtschelden van overeengekomen bijdragen. De facto komt de handelwijze van de gemeente er op neer dat zij van SJB het risico van een krimpende woningmarkt heeft overgenomen. SJB is hierdoor volgens de Commissie bevoordeeld ten opzichte van andere projectontwikkelaars die zonder de steun de krimpende markt het hoofd moeten bieden.

Na te hebben vastgesteld dat sprake is van staatssteun, heeft de Commissie onderzocht of de steun verenigbaar is met de EU-regels. Dat is volgens de Commissie niet het geval, omdat de steun niet noodzakelijk was om het project gerealiseerd te krijgen. Vaste praktijk is dat onverenigbare steun van de begunstigde moet worden teruggevorderd. Dat is in deze zaak niet anders. De Commissie eist dat de gemeente, teneinde de concurrentievervalsing ongedaan te maken, € 6,9 miljoen plust rente van SJB terugvordert.

De gemeente, Bouwfonds en Schouten & De Jong hebben inmiddels laten weten in beroep te gaan tegen de beschikking van de Commissie.

Implicaties voor de praktijk

De uitspraak van de Commissie heeft veel stof doen opwaaien. Friso de Zeeuw, praktijkhoogleraar Gebiedsontwikkeling aan de TU Delft en directeur nieuwe markten Bouwfonds Ontwikkeling, noemt staatssteun “een fragmentatiebom op gebiedsontwikkeling” die “(voorgenomen) investeringen onderuit dreigt te halen”. Volgens De Zeeuw is geen enkel maatschappelijk belang gediend met het toepassen van de Europese staatssteunregels op moeizaam vlot getrokken vastgoedprojecten en gebiedsontwikkelingen.

Veel ontwikkelaars en mogelijk ook ambtenaren die bij dit soort projecten zijn betrokken, zullen de woorden van De Zeeuw onderschrijven. De realiteit is echter dat de Commissie een andere opvatting is toegedaan. Al sinds het uitbreken van de crisis steekt de Commissie niet onder stoelen of banken dat handhaving van de staatssteunregels in tijden van economische tegenspoed wat haar betreft ‘business as usual is’. De Leidschendam beschikking onderstreept eens te meer dat Gemeenten, corporaties en private partijen die zoeken naar oplossingen om vastgelopen bouwprojecten vlot te trekken, terdege rekening dienen te houden met de Europese staatssteunregels. Indien heronderhandelde afspraken niet staatssteunproof zijn, kan dit ertoe leiden dat de ontwikkelaar na oplevering van het project op last van Brussel miljoenen moet terug betalen.