Schadeclaim tegen Nederlandse overheid in verband met vuurwerkramp Enschede afgewezen

maandag, 1 januari 2001

Het gerechtshof in Den Haag heeft op 24 augustus 2010 in hoger beroep de schadevergoedingsclaim van de omwonenden rond het terrein van S.E. Fireworks tegen de Nederlandse Staat en de Gemeente Enschede afgewezen. De omwonenden van het vuurwerkopslagbedrijf in Enschede hadden schadeclaims ingediend tegen de Staat en de Gemeente Enschede in verband met de vuurwerkramp van 13 mei 2000. De rechtbank wees in eerste aanleg de schadeclaims tegen de Staat en de Gemeente eveneens af.

Het hof in Den Haag heeft geoordeeld dat de overheid niet aansprakelijk is voor de ramp. Het hof heeft hiervoor onder meer de volgende argumenten gebruikt.

De wettelijke regels en vergunningen waren naar de in mei 2000 geldende inzichten in orde. De overheid had in wettelijke regels en vergunningen voldoende rekening gehouden met de bevindingen na de vuurwerkramp in Culemborg in 1991. De situatie in Culemborg, waar aanzienlijk zwaarder vuurwerk werd toegestaan dan in Enschede, was overigens niet vergelijkbaar met die in Enschede.

De overheid wist in 2000 niet dat er een onjuiste indeling in gevarenklassen op de verpakkingen kon staan, waardoor er mogelijk zwaarder vuurwerk werd opgeslagen dan op de verpakking stond. De Staat had hier eerder steekproefsgewijs onderzoek naar laten doen. Deze landelijke onderzoeken hadden geen onjuistheden aan het licht gebracht. Achteraf is aannemelijk geworden dat bij S.E. Fireworks meer en gevaarlijker vuurwerk lag opgeslagen, maar dit wisten de Staat en de Gemeente destijds niet. De Gemeente had regelmatig bij S.E. Fireworks controles uitgevoerd, de laatste keer op 10 mei 2000. De handhaving door de Gemeente van de milieuvergunningen en de regels van ruimtelijke ordening was niet verwijtbaar onder de maat. De overheid wist niet van het risico op een massa-explosie en kon daar dus ook geen rekening mee houden.

De aansprakelijkheid van het vuurwerkopslagbedrijf S.E. Fireworks en de leidinggevenden van dit bedrijf stond al vast. Deze aansprakelijkheid kwam in deze hoger beroepzaak dan ook niet meer aan de orde.

(Bron: www.rechtspraak.nl)