Regelmatig wordt in de arbeidsovereenkomst opgenomen dat overuren worden geacht opgenomen te zijn in het salaris

woensdag, 29 augustus 2012

Dit betekent echter niet dat nooit overuren hoeven te worden uitbetaald, zoals een recent arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch ons leert. In de zaak die voorlag ging het om een werknemer in de functie van financieel adviseur. In zijn arbeidsovereenkomst was opgenomen: “Werknemer treedt in dienst voor 40 uren per week. De aard en inhoud van de functie brengen met zich dat regelmatig meer uren gewerkt zullen moeten worden om tot een verantwoorde functie-uitoefening te komen en dat werkzaamheden in avonden en op zaterdagen verricht dienen te worden. De hierna genoemde salarisvoorwaarden zijn hierop afgestemd.”

In de praktijk werden door de medewerkers van de binnendienst van de werkgever afspraken in de outlookagenda gepland, die door de werknemer moesten worden uitgevoerd.

Nadat de werknemer bijna een jaar voor de werkgever had gewerkt, heeft hij zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. De werknemer heeft daarbij aanspraak gemaakt op onder meer uitbetaling van zijn overuren. De werkgever heeft zich verweerd met de stelling dat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst een vergoeding van overuren uitsluit. Daarnaast heeft de werkgever gesteld dat de werknemer voorafgaand aan zijn verzoek tot ontslag nooit bezwaar heeft gemaakt tegen de overuren of aanspraak heeft gemaakt op betaling daarvan.

De kantonrechter volgt de werkgever in zijn stellingen en wijst de vordering van de werknemer af. Volgens de kantonrechter kan er, gelet op de tekst van de arbeidsovereenkomst, alleen grond zijn voor betaling van overuren indien een betaling expliciet tussen partijen is overeengekomen of indien sprake is van bovenmatige overuren. Expliciete afspraken zijn niet gesteld of gebleken en bovenmatige uren komen niet meer voor vergoeding in aanmerking, omdat de werknemer niet aan de orde heeft gesteld dat ze waren gemaakt, aldus de kantonrechter.

Dit oordeel wordt vervolgens voorgelegd aan het Gerechtshof

Het Gerechtshof gaat eerst in op de stelling van de werknemer dat hij wel degelijk tijdens het dienstverband meerdere malen mondeling zou hebben geklaagd. Ook zou het overwerk blijken uit het outlook agendasysteem van de werkgever zelf.

Volgens het Hof staat vast dat werknemer vóór het einde van zijn dienstverband nog een vergoeding van overwerkuren heeft verzocht en daarbij ook het aantal overwerkuren heeft genoemd. Ook indien werknemer niet eerder mondeling bij de werkgever zou hebben geklaagd over niet-betaalde overwerkuren is het Hof van oordeel dat werknemer tijdig zijn verzoek tot betaling van de door hem gestelde overwerkuren aan de werkgever kenbaar heeft gemaakt. Van rechtsverwerking, zo al door de werkgever en/of kantonrechter bedoeld, is naar het oordeel van het Hof geen sprake. Daarbij gaat het Hof ervan uit dat de werkgever ten tijde van het verzoek van werknemer de beschikking had of in ieder geval had kunnen hebben over haar eigen outlook agenda met daarin de door de werkgever ingeplande werkzaamheden.

Het Gerechtshof overweegt vervolgens dat in de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst is opgenomen dat de functie met zich brengt dat regelmatig meer uren gewerkt moeten worden en dat de salarisvoorwaarden daarop zijn afgestemd. Het Hof maakt hieruit op dat partijen zijn overeengekomen dat een redelijk aantal overuren is begrepen in het overeengekomen salaris van werknemer. De werknemer heeft gesteld dat hij het redelijk acht als 1,5 à 2 uur per dag aan overwerk is begrepen in het salaris. Dit oordeel volgt het Hof.

Het Hof komt aldus tot dit oordeel door uitleg van de bepaling in de arbeidsovereenkomst die partijen zijn overeengekomen. Een goede redigering van de bepalingen van de arbeidsovereenkomst is dus zeer van belang. Niettemin kan de redelijkheid met zich meebrengen dat afspraken waarbij overwerk wordt geacht in het salaris te zijn begrepen, zijn grens daar vindt waar bovenmatig – dus meer dan 1,5 à 2 uur per dag – wordt overgewerkt. Deze grens zal – afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het geval –  kunnen wisselen, maar dit is zeker een richtlijn die in het achterhoofd moet worden gehouden.

(Bron: Hof ‘s-Hertogenbosch 12 juni 2012, LJN BW8292)